2020 Marokko periode 04

27 januari t/m 31 Januari 2020

De eerste dag van deze periode kun je direct hieronder lezen, wil je een van de andere dagen lezen klik dan op de link van die dag:
27 januari vind je direct hieronder
Ga naar 28 januari – Ga naar 29 januari – Ga naar 30 januari – Ga naar 31 januari

Klik op een foto om het groter te bekijken. Daarna kun je via de pijltjes bladeren door de foto’s. Veel lees- en kijkplezier.

Als je het handig vindt, kun je je aan de rechterkant aanmelden voor de nieuwsbrief. Dan krijg je automatisch een mailtje als ik een nieuw reisverslag heb geplaatst.

Maandag 27 januari 2020: Meknes

Vandaag blijven we in Meknes, bij Han en Latifa. Zo dichtbij de stad stonden we hier bijzonder rustig. Er was alleen een gestoorde haan, die met regelmaat kraaide, ook in de nacht. Dan doen oordopjes wonderen.

Vanmorgen hebben we samen genoten van een heerlijk ontbijt en gezellig kletsen. Daarna genieten van een beker chocolademelk, oven op het dakterras, in het warme zonnetje.

Na 11uur trekken we de wandelschoenen aan en lopen we naar het plein bij de Bab Mansour. Er is van alles te zien onderweg, je verveelt jezelf nooit. 

Onderweg stoppen we bij een keukenwinkel voor wat informatie voor een keuken voor Latifa en Han. Het is een nette, ruime winkel met moderne keukens. Han vertelt dat dit keukens zijn van MDF met een folielaag erop. En het schijnt dat de folielaag hier in Marokko niet lang stand houdt, vanwege de warmte. Hij heeft liever een keuken met een gespoten laag. Maar dat kennen ze hier niet. In Casablanca zit een IKEA, daar kan je wel gespoten keukens kopen maar deze IKEA is van een Arabische eigenaar en die rekent 3x zulke hogere prijzen als in NL.

We gaan verder en lopen langs een auto waar een paar mensen op krukjes naast zitten. Het is een biologisch boertje die zijn melk,  karnemelk en boter verhandeld. Latifa vraagt of wel eens melk met couscous hebben geprobeerd, nee dat hebben we niet. Even later staan we te proeven. Het smaakt niet verkeerd, deze is met karnemelk.

Via een brede boulevard lopen we richting de oude medina. Ze zijn hier alle oude lantaarnpalen aan het vervangen voor nieuwe, wat een klus. Ze moeten helemaal nog in elkaar gezet worden. Ze zijn trouwens door de hele stad bezig met de trottoirs, dus het is nog goed uitkijken waar je je voeten zet. Er liggen met regelmaat betonnen vlechtmatten op de grond waar je lelijk over kunt vallen.

Op het plein is het rustig. We lopen naar rechtsachter, gaan een trap op en komen op een terras hoog boven het plein uit. Daar drinken we een jus d’orange-bananensapje. We hebben 8.1km gelopen, dus rusten we hier even lekker uit.

Latifa vraagt of we wel eens in de oude souk zijn geweest, die vind je achter de vele terrasjes op het plein. We komen hier nu al 7 jaar maar we wisten niet dat daar een souk zat. De ingangen vallen ook niet op. Na onze pauze gaan we een kijkje nemen, het is een mooie souk. Niet groot, maar kleurig. Er wordt vooral veel fruit verkocht  en heel veel koekjes. Latifa proeft het een en ander, zo ook wij, het is wel erg zoet allemaal.

Op het plein zijn er, net als in Marrakech, slangenbezweerders en er is een aangekleed aapje, arme dieren. We gaan met de koets verder en komen langs de camperplek bij de Koninklijke golfbanen en de Christenengevangenis. Daarna rijden we langs de paardenstallen en graanopslagruimtes. Het verhaal is dat een zoon van Moulay Ismail een oogje had laten vallen op een dochter van Louis XIV. Zij had er wel oren naar, maar woonde eigenlijk liever bij het strand. Om indruk te maken liet hij een grote waterpartij bouwen en een stal voor 12000 paarden. Maar papa Louis vond het helemaal niet goed dat zijn dochter naar Marokko zou gaan om te trouwen, want hij had gehoord dat de bruidegom in spe al 499 vrouwen had. Oeps, dus de rit ging niet door. Daar zat hij dan met zijn grote vijver, stallen en graanopslag. (Informatie van de koetsmijnheer).

We rijden langs de muur om de golfbaan, die gerestaureerd wordt, daar zijn al een paar jaar mee bezig, wat een klus. 

We stoppen bij een bedrijfje waar Han en Latifa hun meubels vandaan hebben. Hun meubels hebben allemaal een mooie reliëf rand. Dit is allemaal met de hand gemaakt en ze willen ons laten zien hoe dat gedaan wordt. 

Er wordt op een stukje hout eerst een tekening gemaakt via een mal. Dan gaat de man aan het werk met de beitel/guts/hamer. Hij is over het stukje van 15 centimeter 22 minuten bezig. En dan moet het nog verfijnd worden, en geschilderd, pfffff. Wel erg mooi om te zien hoe de man bezig is.

Voor de grote poort pakken we een taxi. Het interieur van de taxi’s is altijd leuk om te bekijken. Deze is heel rustig van binnen, maar de zonneschermpjes zijn ingepakt in plastic, waarschijnlijk om het schoon te houden, maar het plastic is inmiddels aan vervanging toe, het ziet hartstikke vies. 

We stoppen bij een visrestaurant om een hapje te eten.Het is erg lekker, we hebben een grote schaal besteld met allerlei vissoorten erop, met een lekker sausje erbij. We eten grotendeels met onze handen.

Daarna lopen we terug naar huis, de zon is nog heerlijk en er zijn veel mensen op straat en in de parkjes, die genieten van het laatste zonnetje. Er wordt gekletst met elkaar, en mannen zijn kaartspelletjes aan het doen, met veel toeschouwers er omheen. Thuis loop ik nog even naar het dakterras voor een laatste plaatje van de omgeving, badend in het warme licht.

’s Avonds zitten we gezellig bij elkaar, en probeer ik tussendoor de foto’s uit te zoeken en het verslag van gisteren te maken. Om kwart over 10 taaien we af, het was een erg leuke en actieve dag.

Dinsdag 28 januari 2020: Meknes – Azrou

Lekker geslapen en om 9uur werden we uitgenodigd voor het ontbijt. Latifa had Ghle bilbe gemaakt (zal wel anders geschreven worden, is fonetisch). Stoofvlees van lam of rund, wordt gemarineerd in kruiden en olijfolie. Dan wordt het gedroogd in de zon, kan dus alleen in de zomer. Je kunt het een jaar bewaren. Nu had ze het gemaakt met een omelet. Het smaakte erg lekker, het lijkt op ‘draadjesvlees’. 

Na het eten lopen we met een glas chocolademelk naar het dakterras om van de eerste zonnestralen te genieten, de zon is al lekker warm. Dan nemen we afscheid, we gaan weer verder met onze reis.

Han en Latifa, heel erg bedankt voor jullie gastvrijheid. We hebben erg genoten van jullie huis, vriendelijkheid, eten en gezelschap. Tot een volgende keer, als we in de buurt van Meknes zijn.

Om kwart voor 12 rijden we weg, eerst Meknes uit en dan zuidelijk naar Azrou. We rijden via kleinere wegen, leuke dan de N-weg. We zien heel veel uien-heuvels. Dan zijn rijen stenen, met daarop uien, met daar overheen hooi en plastic. Langzaam aan worden de uien gebost en klaargemaakt voor verkoop. We hebben nog nooit zoveel uien opslag bij elkaar gezien.

Ook zien we een paar keer armoedige huizen met veel plastic op de daken en stenen daarop tegen het wegwaaien. De route is verder niet zoveel aan, veel bomen en rotsig.

Om 13uur komen we aan op de camping van de Sjeik, de Eurocamping. We kwamen langs camping Amazigh, maar daar sta je tussen de bomen. Het is nu erg lekker weer, dan willen we graag in de zon zitten. Als we aankomen is het 15º, onderweg was het 18º. Hoe hoger we kwamen, des te hoger de temperatuur. Het is in de zon heerlijk warm, het voelt veel warmer aan dan 15º.

Na het eten trekken we de wandelschoenen aan en lopen we land-over-zand naar het dorp, daar is de wekelijkse souk aan de gang. Het is gezellig druk en veel mooi groente en fruit te koop. We kopen aardbeien, appels en eieren. We betalen met briefjes van 100DH, zo krijgen we tenminste weer wat kleiner geld in de knip, het is lastig als je geen kleingeld hebt.

Het is warm om te lopen, vooral tijdens onze terugreis. We lopen tegen de berg op, wat prima gaat, het Duracell-stel doet het nog, haha.

Om 16uur zijn we terug op de camping, er zijn ondertussen nog 3 andere campers aangekomen, alle drie Nederlanders. Staan we hier met 1 Franse camper en 4 Nederlanders. We maken kennis met Minke en Nico. Zij zijn op de terugweg naar Spanje/Portugal, ze hebben 2 maanden rondgereisd en er erg van genoten. Vijf jaar geleden waren ze voor het laatst in Marokko, en ze keken hun ogen uit dat er overal zoveel huizen gebouwd zijn/worden.

We gaan lekker in het zonnetje zitten, en genieten van de warmte op onze huid. Kunnen we het witte kleurtje op de benen eraf zonnen.

Woensdag 29 januari: Azrou

Het is heerlijk rustig slapen hier, wat hondengeblaf verderop, maar daar heb je geen last van.

Vanmorgen lummelen we wat, ik maak een route om straks te fietsen. We maken kennis met andere Nederlandse camperaars, ze zijn voor de eerste keer in Marokko, Piet en Annie uit Limburg. 

Piet maakte zich een beetje druk over de tijd die ze nodig hadden om na aankomst in Tanger Med door de douane te komen, ze hebben er drie uur over gedaan. Co zegt, zet dat maar van je af, niet meer druk maken, want zo gaat dat in Marokko. Tranquil, relax.

We zitten even gezellig te kletsen, en de tijd vliegt. Ik zag dat het al half twaalf was. Ik heb een route uitgezet van 37km, dus willen we eigenlijk wel gaan fietsen. We nemen afscheid van Piet en Annie, en we geven de raad om niet te snel door Marokko te reizen, en de tijd te nemen om ook uit te rusten en te genieten van de plekken waar je stopt.

Vanaf de camping gaan we rechtsaf de RN8 op, en na 250m linksaf een verharde weg op naar beneden. Rechtsaf en linksaf en dan gaan we, na 8km op asfalt, onverhard rijden. Hotsend en botsend, uitkijkend voor de stenen en kuilen, maar we rijden wel door een mooie omgeving. 

Het groen waar we op uitkijken is nog wel een winterkleur, niet zo sprankelend als in lager gelegen gebieden. We rijden regelmatig langs huizen en worden vriendelijk terug gegroet door de mensen.

De honden zijn iets minder vriendelijk en komen luid blaffend en grommend achter ons aan. We fietsen maar stoïcijns door, dan taaien ze op een gegeven moment toch af. Maar vervelend en angstig is het wel.

Een schaapsherder spreekt Co aan, en op dat moment gaat onze telefoon. Ik had met mijn broer Ben afgesproken dat hij hem twee keer over zou laten gaan, als teken dat we kunnen Facetimen met mijn moeder. Dus de Achmed, de schaapsherder moet even wachten, we spreken en zien eerst mijn moeder, leuk weer.

Dan lopen we met Achmed mee terug het pad op waar we net vanaf komen, we gaan thee drinken bij hem thuis. Een jongetje moet maar even op de schapen passen.

Thuis is de vrouw van Achmed, Fatima, verrast als ze ons ziet, maar we zijn direct welkom. Achmed vertelt dat we hier ook kunnen slapen, als we willen. We krijgen slippers aan, ik rozen en Co blauwe. Voor de gein trekt Co een roze en een blauwe aan, Fatima vind het wel leuk. We lopen naar boven waar Achmed ons de slaapkamers laat zien. In een slaapkamer ligt het tweepersoonsbed vol met kleren, die kunnen dan wel aan de kant als wij komen slapen. Op dak kijken we uit op Azrou in de verte. Boven de trap is de ‘schoenenkast’.

Achmed gaat eventjes weg, naar buiten om te bidden als de imam klinkt. Fatima heeft inmiddels de thee klaar, zonder suiker. Zonder suiker, jazeker zonder suiker. Er staan walnoten en amandelen om te knabbelen. Het huis is sober ingericht, wel met een bankstel, flatscreen en een mooi houten plafond.

Achmed vraagt om ons telefoonnummer, maar dat hebben we niet in Marokko. Fatima vertelt dat hun dochter Esma in een hotel in Azrou werk en Frans en Spaans spreekt. Ze is duidelijk heel trots.

Achmed bel met Esma, en even later hebben we haar aan de telefoon. Ze vraagt ook naar ons telefoonnummer, Achmed dacht waarschijnlijk dat we het niet snapten. We leggen uit dat we alleen een NL nummer hebben en dat het duur is om daar naar te bellen en te whatsappen.

Dan schrijft Achmed zelf maar zijn nummer op, en hun namen in het Arabisch. Hij kijkt toe of Co het papiertje wel veilig opbergt. We gaan weer verder, na een welgemeende knuffel met Fatima. Sjoekran, Slemma.

Nog twee keer moeten we blaffende honden ontwijken, elke keer bij een groepje huizen. Ze verdedigen hun terrein, als we het voorbij zijn, blijven ze achter. We komen een kudde schapen tegen, met een klein jongetje als herder. Er achter loopt een vrouw en iets verder 2 honden. De vrouw maant ons even om te stoppen en houdt de achterste hond in het gareel. Die staat ons argwanend aan te kijken maar houdt zich rustig. Later lees ik op internet dat juist schaapshonden hun kudde verdedigen en je niet in de nabijheid dulden.

We komen langs akkertjes waar een betonnen levada langs stroomt voor het broodnodige vocht. Het stroomt er nog pittig doorheen. We steken een riviertje over, komen door een dorpje en dan rijden we over asfalt terug en door Azrou naar de camping. Het was een leuke rit, onder een stralend zonnetje.

Thuis doen we een kopje thee en wat pinda’s en als ik mezelf in de spiegel zie zeg ik, de kleur van mijn gezicht past niet bij de kleur van mijn benen, haha.

We hebben 40,1km gefietst waarvan, alles opgeteld bij elkaar, 500m omhoog en omlaag. Het laagste punt was 1100m, het hoogste 1440m. We reden min of meer met een wijde boog om Azrou heen, we zagen het af en toe in de verte liggen. Het is een leuke toevoeging aan onze reis, het fietsen door een omgeving waar je met de camper niet kunt komen.

’s Avonds kijken we op internet wat we kunnen doen als we agressieve honden tegenkomen. We moeten regelmatig lachen om de adviezen.

  • Eigenlijk is er maar één manier om een hond te verjagen, en dat is afstappen, jezelf groot maken, en van achter uit je keel een brul geven. Dit groot maken kun je doen door b.v. je jas open te slaan. Mocht je het niet vertrouwen, dan zou ik uit veiligheidsoverwegingen je fiets tussen jezelf en de hond houden. Zodra je afstapt ontstaat er voor de hond een kompleet andere situatie. De fiets is niet het probleem, maar het feit dat jij in de ogen van de hond op de vlucht voor hem bent zorgt dat hij achter je aan komt. Zodra je afstapt ga je als ‘indringer’ niet voor hem op de loop en zullen de meeste honden kompleet anders reageren.
  • Soms komen honden in een groepje op je afstormen. Even stoppen en aan de ‘leider’ vragen waar hij nou eigenlijk mee bezig is, is bijna in alle gevallen voldoende. Als je genoeg energie hebt kan je, voor jouw voldoening, er nog even achter aan rennen. Helpt echt.
  • Het maakt niet zoveel uit wat je zegt of schreeuwt, als het maar met overtuiging is.
  • Wanneer je de trappers stilhoud (moet je wel op een vlak stuk rijden) word de hond meestal al wat rustiger. Weet-ie niet meer wat-ie doen moet. Even wachten en weer rustig gaan peddelen.
  • Met stenen gooien, of een gericht waterstraal uit je bidon spuiten
  • Blijf wel op de weg c.q. het pad letten.
  • Een spuitfles met water en tabasco.
  • In alle gevallen geldt: de hond voelt een angst aan. Als je uitstraalt dat je de hond wel even een lesje wilt leren, of zelfs voor jezelf angstig reëel uitstraalt dat je ‘m op wilt eten, dan is de hond meestal niet geïnteresseerd in een robbertje vechten/spelen.
  • Een Dazer, maar die helpt niet altijd, per hond verschillend.

Hilarisch:

  • Afstappen en vriendelijk blijven lachen
  • 9 van de 10 gevallen loopt het goed af, als het het 10e geval is mag je hopen dat je net de bult af rijdt.
  • Geef mij maar een stok, vooral die van rotan zijn erg goed, lekker licht en ze hebben een goede zwiep.
  • Stokken? Stenen? Pepperspray? Ik doe geen concessies en neem liever een geladen pistool mee.
  • Afstappen, je groot maken, een enorme bek opzetten en op de hond afrennen alsof je hem gaat verslinden.
  • Gewoon afleiden. Zorg dat je een paar botten van het abattoir bij je hebt. 

Hier komt de gouden tip, van een website van wereldfietsers:Vertraag en maak je groot! Als jij stilstaat, ben je plots groot en sterk ten opzichte van de hond. Er zijn geen bewegende benen en draaiende wielen die de hond gek maken, maar er staat een groot dier tegenover hem. Jij bent de baas, de jager! We zijn wel honderden keren aangevallen door honden op onze wereldreis. En iedere keer werkt onze techniek voortreffelijk. Volledig stoppen is vaak niet nodig. Vertragen en jezelf groot maken, zijn al voldoende om de hond de baas te zijn. Ze blaffen nog een keer of grommen teleurgesteld, maar druipen vervolgens af naar hun plek. Laat zien wie de baas is en je hebt nooit meer last van die vervelende, maar lieve honden! 

Donderdag 30 januari 2020: Azrou – langs RP3503

We starten rustig de dag op na een rustige nacht, hier op de Europcamping. Ik ga afrekenen in het kantoortje en zie dat er diverse kooitjes met vogels bij zijn gekomen. Er zitten kanariepietjes in en papegaaien. Het is 6º buiten. Om 10.10uur gaan we rijden, naar Khouribga, daar is een Marjane, we hebben yoghurt nodig. 

What’s in a name. Khouribga spreek je uit als, (fonetisch) Goeribka, het is maar dat je het weet.

Als we Azrou uitrijden is het direct al mooi groen. We draaien de RP7206 op, wat mooi rijden is. De weg is smal, dus bij tegenliggers is het even met een kant van de weg af. De omgeving is mooi groen, met diverse huizen erlangs en mensen om contact mee te hebben. Ze zijn vriendelijke en groeten terug met een lach en een zwaai.

Dan gaan we de R712 op, naar Aguelmouss. We rijden langs een huis waar een man buiten staat. Hij zwaait en roept iets. Co stopt, ik doe het raam open, en even later staan we geparkeerd naast de weg. Nee, we moeten echt het terrein oprijden, want er komen veel vrachtwagens langs, we moeten geen schade oplopen door opspattende steentjes.

Als we het erf oplopen is er een klein winkeltje in het voorste gebouw, een mini Marjane, er is van alles te koop. Er hangt een mooie poezenfoto en op de toonbank ligt een opschrijfboekje en een telmachine.

De man loopt ons voor naar binnen, de salon, daar is het hartstikke koud, dus we zijn zo weer buiten. Er worden 4 stoeltjes neergezet en er komen twee jonge vrouwen aangelopen, allebei met een klein kind op de rug. Ze zien er kleurig uit en hebben mooie gebruinde gezichten. Ze zijn verlegen.

Ik haal uit de auto wat kleren, voor de vrouwen ieder een blouse, voor Abdullah een trui. Een broer van Abdullah, Mohammed, komt erbij, hij spreekt een klein beetje Frans. Mohammed is ooit naar school geweest en kan schrijven en lezen. Mohammed en de vrouwen zijn analfabeet, zoals meer Marokkanen van hun leeftijd. De vrouwen maken thee, en er komen pannenkoeken, brood, olijfolie, jam en gekookte eieren op tafel. Ik vraag of de was, die er hangt, met de hand wordt gedaan of met een wasmachine. Nee, zegt Mohammed, met de hand. Er zijn geen machines in huis, anders worden de vrouwen lui, nou ja zeg.

Achter het huis staan 3 koeien, een pluk korhoenders, kippen en wat honden. Ik vraag of we melk kunnen kopen. Nee, er zijn geen kalfjes, dus geen melk. Drie maanden per jaar is er geen melk. Als er wel melk is maken ze er kaas van. En als er melk was mochten we het niet kopen, dan kregen we het van ze mee. Lief hoor.

Tegen 12uur, na 45minuutjes socializen, staan we op. Of we niet willen blijven voor de lunch. We hebben net gegeten toch, nee joh, we gaan echt weg. Ik geef de vrouwen een knuffel, en we bedanken ze voor hun gastvrijheid.

Het landschap blijft mooi, de weg wordt beter, we genieten van alles wat we zien. Af en toe zien we vrouwen de was doen, er zitten ooievaars op nesten, er worden huizen gebouwd, op het land gewerkt en we zien veel kleden te drogen hangen aan de huizen. Onderweg zijn er drie keer snelheidcontroles, dat lijkt elk jaar wel meer te worden. En vier keer was er een controle, ‘ralentir’ en ‘stop’ borden.

We draaien de RN29 op naar Had Bouhssoussen. Als we linksaf de RP3533 opdraaien richting Oued Zem, zit er een oudere vrouw met melk en eieren onder een afdakje. Ik stap uit en vraag of ik een liter melk kan kopen. Er staat een literfles waar al wat uit is. Mensen komen hier een bekertje melk kopen om op te drinken. Ze snapt het en pakt een trechter om de fles te vullen, tot aan de rand. Ik pak uit de camper een bakje om 6 eitjes in te doen. Ze zegt dat de eitjes 2DH per stuk zijn. In Bou Ahmed betaalden we 7DH voor de melk, dus ik geef haar 20DH. Ze roept naar achteren, vraagt om hulp. Maar ik geef aan dat de 20DH voor haar zijn, ik hoef geen wisselgeld. Er komt een gulle lach, het is dus genoeg voor haar. Een fles melk, 6 eieren en een knuffeltje rijker, rijden we verder.

De RP3533 komt op een gegeven moment door de bergen en gaat dan over in woestijn gebied. De thermometer geeft hier 27º aan, vandaar het dorre gebied. Er staan zelfs bedoeïenententen. Een paar kilometers verder is het weer onwijs groen, met heel veel akkertjes en verspreid huizen. Erg mooi is het hier. Ik maak een aantekening in Mapsme, misschien kunnen we een volgende keer hier wandelen of fietsen. 

Onderweg zien we nog een paar mooie vogeltjes en een roofvogel.

Als we Bejaad naderen komen we allemaal auto’s tegen volgeladen met goederen en mensen, af en toe zien de auto’s er topzwaar uit. Onderweg zagen we ook al overal ezeltjes staan te wachten op hun baasjes. Voor deze mensen is dit het enige vervoer wat ze hebben. De laatste drie foto’s laten het verschil zien tussen wel of niet polariseren tijdens het fotograferen, wat een opmerkelijk verschil.

In Oued Zem draaien we de RN12 op naar Khouribga. Vorig jaar was er in Oued Zem nog een leuke markt, maar dat was op een andere dag. De RN12 is prima asfalt, net als trouwens de RP3533, die we langere tijd gevolgd hebben. De RN12 is wel saai om te rijden, maar we willen wel wat doorrijden voor de Marjane.

Als we daar aankomen hebben ze geen emmertjes yoghurt voor ons. We kopen wat kleine verpakkingen, kunnen we toch eventjes vooruit. We gaan gauw de stad weer uit, wat een drukte en hectiek, zijn we niet meer zo gewend.

We gaan zuidelijk, richting Beni Mellal, daar zit ook een Marjane. Het begint tijd te worden om een slaapplekje te zoeken. Op de RP3503 zie ik een plukje huizen staan, met een waterput waar het verhard lijkt. We draaien het pad op en er komen gelijk wat kinderen aanlopen. Ze roepen bij hun huis naar binnen en papa en mama komen ook naar buiten. We stappen lachend uit en schudden handen, stellen ons voor, en het ijs is gebroken. Papa wijst een plek aan waar we mogen staan, maar dat is heel erg schuin. 

Co loopt onder de was door naar de zijkant van de huizen, daar is het vlak. Even later is de was van de lijn en worden de lijnen met de palen omhoog gehouden, geen probleem. We hebben een mooie vlakke plek.

We worden uitgenodigd om thee te komen drinken. Twee meisjes van 15 jaar spreken een klein beetje Engels, zelf geleerd via de tv. Ze laten het zien, een Engelstalige film, ondertiteld in het Arabisch. Ik laat foto’s zien van ons huis in Nederland, en van mijn familie, en van Co’s zijn broers en zussen, ze vinden het prachtig. Papa weet alles van voetbal, van Persie, Robben (met zijn kale hoofd), het is gezellig.

Om 19uur zijn we terug in de camper en gaan we eten. Het was weer een leuke dag, met prachtig weer. Het schommelde tussen de 20 en 27º. We hebben aardige, gastvrije mensen ontmoet, dat vinden we wel leuk. Er lopen wat honden rond de camper, die aanslaan als we de schotel laten draaien. Nu maar hopen dat ze vannacht hun wafwaffel houden.

vrijdag 31 januari 2020: langs RP3503 – Ouzoud

De wafwaffers hielden aardig wafwaffels, het was goed te doen. Ook was het aardedonker hier, geen lichtvervuiling. In de nacht koelde het best wel af, om kwart voor 9 kijken we of de familie al wakker is. Mama zag ik net nog buiten lopen, maar als we naar de kamer toelopen waar we gisteren waren zien en horen we niemand. In die kamer wonen en slapen alle leden van het gezin.

We lopen nog maar eventjes terug naar de camper en zetten die terug op de wielen. Ik kijk even naar het weggetje verderop, om te kijken of we daar kunnen komen, dan hoeven we niet onder de waslijn door. Dan lopen we nog een keertje naar binnen, nog steeds geen leven te bespeuren. Ik roep maar een keertje, mama en baba. Dan hoor ik baba antwoorden. In zijn ogen wrijvend komt hij naar buiten, gevolgd door mama. Tja, misschien leven zij wel op de oude Marokkaanse tijd, dan is het inderdaad nog wel vroeg. We geven aan dat we gaan vertrekken en ik overhandig mama wat vrouwenkleding, een kettinkje, een stokbrood en een tasje met gedroogde vijgen, ze is er blij mee. Ze zwaaien ons uit, toet-toet.

Onderweg stoppen we ergens in het zonnetje om te ontbijten. Er loopt een man quasi nonchalant door het grasland, met een boogje om de camper heen en dan langs de camper. Of we water nodig hebben, anders kunnen we bij zijn huis komen. Uh, nee, we hebben geen water nodig, maar heel erg bedankt hoor.

We zien vandaag; veel kinderen sporten, uit school komen, langs de weg lopend, fietsend, meisjes met jongens flirten. Bij een school staan een paar snoepkramen, dat is overal ter wereld hetzelfde. 

We komen een aantal keren hoog opgetaste paard en wagens, met gigantische groene bossen snoeisel. Een man is zelfs de weg aan het aanvegen, aan weerskanten hangen de olijftakken op de grond. Als ik door het zijraam een foto naar achteren maak zit hij met twee duimen omhoog en een brede lach op de bok toe te kijken. Verderop zien we bij een huis de bergen snoeisel liggen, van de citrusbomen, wat ze er mee doen????

Het is stoffig op de weg, een bus rijdt langs en de mensen die naast de weg staan moeten hoesten. Verderop is een vrouwtje haar eigen stofwolk aan het maken, ze veegt alles terug de weg op. In de grotere plaatsen zie je bij stoplichten mensen lopen, ze verkopen zakdoekjes en andere dingen, en er wordt om geld gevraagd door vrouwen met baby’s op hun rug. Lang niet iedereen geeft of koopt iets.

We zien weer auto’s en paard-en-wagens met mensen erop en goederen er op. Op een paard-en-wagen zitten mannen waarvan hun kleding helemaal oranje ziet, hoe dat komt??? We zien paarden en koeien drinken uit de levada, die we her en der zien. En er wordt af en toe op het land gewerkt, op dit moment is het vooral aan het groeien, het oogstseizoen moet nog beginnen. We zien verhogingen langs de weg van donkere aarde. Co zegt, dat is tegen kruiend ijs, haha.

We komen onderweg een bord tegen naar een Marjane, in Fkih Ben Salah, die heb ik nog niet in mijn lijst staan op de pagina ‘tips voor Marokko’. N32.511677, W6.681011. We gaan een kijkje nemen want we hebben yoghurt nodig. De winkel is nieuw, niet zo groot als dat we elders zien en er loopt meer personeel rond dan klanten. En ze hebben geen emmertjes yoghurt van Fromital.

We rijden verder naar Beni Mellal, daar is ook een Marjane, maar daar hebben ze de yoghurt ook niet, geen enkele van Fromital. Volgens de man hebben ze ze alleen in Agadir, of hij zei dat ze uit Agadir moeten komen, dat was niet helemaal duidelijk voor ons. We laten het maar even voor wat het is en nemen een aantal kleine yoghurts mee.

Aan een huis hangt een plank waar twee mannen op staan, alleen beveiligd met een stang achter hun knieën, ze zijn het huis aan het schilderen, hoe gevaarlijk. Op een muur zien we bekende stripfiguren, ook in Marokko zijn ze bekend. In een grote stad vindt ik het contrast altijd zo groot, je ziet dure auto’s rijden en paard en wagens, zelfs mensen op ezeltjes.

Morgen is er in Souk Sebt de wekelijkse markt, Sebt betekent zaterdag. We zijn hier 2x geweest, en die markt is giga groot en erg leuk om te bezoeken. We twijfelen of we ergens in de buurt een plekje zoeken, maar de omgeving spreekt ons niet zo aan, om te fietsen. De mensen zijn wel erg vriendelijk allemaal en groeten lachend terug.

We duiken een onverharde zijweg in om te lunchen. Er komt van alles langs, we vervelen ons niet. Co doet effe zijn oogjes dicht maar schrikt zich een hoedje als er buiten iemand begint te fluiten, zo’n Marokkaanse fluit die je ook in Marrakech op het grote plein hoort. Probeert die man een ‘slang’ te bezweren of zo? Co wuift de man weg, maar die blijft staan, net zolang tot we hem een paar Dirham geven, ja, zo kan het ook om je geld bij elkaar te sprokkelen. Even later staat hij bij het restaurant verderop te fluiten, maar daar trappen ze er niet in. Hij sloft langzaam terug naar de doorgaande weg.

Voor we gaan rijden checkt Co of de fietsen nog goed vast staan, door al het gehobbel. Co hoort iemand roepen en ziet achter de camper twee jongemannen in de rivier staan. Hij loopt er naar toe, ze zijn meiknolletjes aan het wassen en snijden het loof eraf. Is voor morgen op de markt, om te verkopen. Ze zijn aardig en goedlachs, even later komt Co met een bosje knolletjes terug.

We besluiten om naar Ouzoud te gaan, we komen nog genoeg markten tegen. We duiken na 15km de bergen in, de weg slingert omhoog en omlaag en we zien mooie vergezichten, met warme kleuren. We komen in de buurt van de kloof, en moeten daar over een ijzeren brug. Daar is nog niets aan verandert in al de jaren dat we hier komen. De 900m naar de brug toe en er vandaan zijn smal, rafelig en slecht. De rest van de weg is prima geasfalteerd.

Onderweg nemen we een man mee, die een kilometer of 6 weer uitstapt. Precies op een punt waar kindertjes staan. Ze zijn een beetje verbaasd dat de man uitstapt en vergeten bijna om een pen en geld te vragen, bijna dan he? Maar we rijden alweer verder.

Als we in Ouzoud aankomen wordt door diverse mannen naar parkings gewezen, maar we rijden door naar de parking van hotel Amalou. Even later staan we in het zonnetje, en weer even later zitten we buiten in diezelfde zon. Er staan 5 campers, waaronder 1 Nederlandse.

Als ik de gegevens van onze paspoorten laat noteren vraagt de gardien of we bekent zijn in Ouzoud. Ja hoor, we zijn hier voor de 5e of 6e keer, dus we weten waar alles is. We willen deze keer fietsen in de omgeving. Hij tekent gelijk op een A4tje een route waar we het beste heen kunnen gaan, met mooie uitzichten, lief hoor.

Hoogste punt 1031m, laagste punt 416m, 27º, vanmorgen erg koud. 



Terug naar periode 03
Terug naar ‘overzicht
Naar ‘coordinaten
Naar ‘reisroute

Ga naar periode 05