2020 Marokko periode 07

11 februari t/m 15 februari 2020

De eerste dag van deze periode kun je direct hieronder lezen, wil je een van de andere dagen lezen klik dan op de link van die dag: 
11 februari vind je direct hieronder.
Ga naar 12 februari – ga naar 13 februari – ga naar 14 februari – ga naar 15 februari

Klik op een foto om het groter te bekijken. Daarna kun je via de pijltjes bladeren door de foto’s. Veel lees- en kijkplezier.

Als je het handig vindt, kun je je aan de rechterkant aanmelden voor de nieuwsbrief. Dan krijg je automatisch een mailtje als ik een nieuw reisverslag heb geplaatst.

Dinsdag 11 februari 2020: Zijweg van RP1510 – Langs RP1510

We blijven een dagje in deze omgeving. Het was vannacht een goede slaaptemperatuur. Bij het opstaan was het 4º buiten, 11º binnen.

Vanmorgen lopen de kindertjes naar beneden naar school, die we gisteren omhoog naar huis zagen lopen. Ze zijn verlegen maar zwaaien enthousiast terug, nu kunnen ze ons wel zien zitten. Gisteravond keken ze pal tegen de laagstaande zon in.

De zon komt rond 9uur op de camper, nu kan het grote opwarmen beginnen. Om kwart voor 10 gaan we fietsen. Ik heb via komoot.com een route uitgezet van ca. 33km. We gaan zien wat we hiervan gaan doen.

We gaan eerst zuidelijk over het asfalt. Als je rechts kijkt is het een en al kleur. Als je links kijkt is de kleur overwegend zwart. Na 3.7km slaan we linksaf een onverhard pad op. We kijken een beetje bedenkelijk, wat moet dit gaan worden. Zo’n sombere kleur in het landschap. We gaan het zien, komt goed.

Na 15km komen we bij een dorpje, heel verrassend, het zag zo desolaat. Het is best wel een groot dorp, en er zijn wat mensen buiten. Ver beneden ons zijn wat akkertjes. De mensen groeten vriendelijk terug.

Het pad gaat bovenlangs het dorp. We zien een muilezel bij een huis staan. En bij een ander huis een Marokkaanse zithoek, kartonnetjes op een stenen muurtje. Verderop is beneden ons een broodoventje, met een afdakje erboven.

We nemen een pauze met een kopje thee, en kijken uit op het dorp, over de dodenakker heen. Die is best wel groot, waarschijnlijk al eeuwen oud. Het ziet er heel eenvoudig uit, met alleen rechtopstaande steentjes.

Direct na het dorp gaan we redelijk steil omlaag, en het pad wordt ruiger. Af en toe stappen we af omdat het te gek wordt voor ons. Echte mountainbikers zullen er waarschijnlijk om lachen.

We krijgen weer uitzicht op de vallei waar onze camper staat, met de vele dorpjes tegen de bergwand aan gekleefd. Links beneden is in een grot een geitenstal. 

Gelukkig kunnen we ook af en toe wat fietsen. Ik zeg tegen Co, ik heb bij het uitzetten toch echt de keuze op ‘bike’ gezet. Het lijkt wel een wandelroute. Nou, zegt Co, je kunt de fiets altijd meenemen, toch?

Dan staat de route onder water, ze hebben de levada opengezet, en dit is de kortste weg voor het water. Het is voorzichtig aan over het kantje lopen. Het wordt breder en er is een brug. Maar de brug kan je maar aan één kant op, aan de andere kant moet je springen. 😉

Het is fietsen, lopen, fietsen, lopen. En dan komen we bij een dorpje aan. We horen kinderen hun lessen opzeggen in een schooltje. Bij een huis aangekomen zijn twee vrouwen een oventje aan het maken, met leem. Een man komt erbij staan, in een mooie paarse djellaba met siersels erop. Hij vraagt of we thee willen, nou dat willen we wel.

Ondertussen is er nog een vrouw bij komen staan, en die neemt ons mee een huis binnen, de man is opeens verdwenen. Het huis ziet er van binnen mooi en keurig uit. De ‘salon’ heeft mooie banken, en er hangen zelfs sierlijke gordijnen voor de ramen en glas-in-lood raampjes.

Ik loop naar de keuken, die ook netjes is. Ik vraag naar thee zonder suiker. Even later zitten we in de zithoek bij de keuken, dat is toch veel gezelliger. De twee vrouwen van het oventje zijn ook binnen gekomen en 5 kindertjes. Het wordt steeds gezelliger. Ze vertellen van alles in het Arabisch. Dat komt, wij groeten hun in het Arabisch, dan denken ze gelijk dat we Arabisch spreken, is wel logisch gedacht.

Af en toe vertalen we het maar voor ons zelf in ‘iets’ wat we eruit op maken, en hebben met z’n allen dikke lol. We moeten beloven dat als we weer hier komen dat we dan met onze camper hier komen overnachten. Insjallah. En we mogen ook haar wasmachine gebruiken. Die staat in de ‘hal’ te pronken. Ze is er maar wat blij mee.

We gaan verder en komen bij de weg, in het gehuchtje waar gisteren een pick-up over een groot gat in de weg geleid moest worden.. Hier is een klein winkeltje, die van binnen nog verrassend groot blijkt. We vragen naar een ‘carte decharge’ voor internet. Wilt 10DH vraagt de man, ik zeg doe maar 100DH. Dat heeft hij niet, wel 50DH. Doe er maar twee. Dat heeft hij, en hij laat op zijn telefoon zien hoe ik het moet uploaden, de schat.

We slaan rechtsaf naar het dorp waar gisteren de souk was. Daar gaan we linksaf een onverharde weg op. Deze is beter als die van vanmorgen.

We komen langs een school, en we hebben het idee om op het stoepje voor de school onze yoghurt op te eten. Maar de school is aan, en we merken dat de kinderen naar ons kijken, de concentratie is meteen zoek. Er komt een leraar naar buiten, die wat Engels en Frans spreekt, we staan een kwartiertje met hem te praten. De kinderen nemen de kans waar en zijn druk met elkaar aan het praten.

Vandaag horen we een paar keer of we ook naar Ifni gaan, zo ook deze leraar. Ik vraag waar dat ligt. Via Mapsme komen we er achter. Het gaat om Lac Ifni, het ligt bij Imlil, hoog in de bergen. Daar zijn twee jaar geleden twee Scandinavische vrouwen vermoord. Het zit de mensen hier toch wel hoog, en de leraar benadrukt dat de daders geen mensen van hier zijn.

Verderop gaan we op een paar grote stenen ons eten opeten. Met uitzicht het dal in. Verderop zien we een dorpje met daarachter een wand waar heel veel kleuren in zijn. Het is één kleurexplosie. De weg leidt daar naar toe.

We rijden door het dorp heen en hebben leuk contact met de aanwezige mensen. Er is een vrouwtje met een bos stro op haar rug. Ze vindt het allemaal wel leuk. Elke keer als we stoppen, komt ze net weer aanlopen.

We rijden tot het dorp bijna ophoudt en keren dan weer om. We komen de stro-vrouw weer tegen, ze staat met iemand te praten. We groeten haar heel enthousiast, net of we haar de eerste keer tegen komen. Ze moet er erg om lachen. Wat kun je toch een lol hebben om eenvoudige dingen.

Er staan veel oude, lemen huizen in het dorp, met oude deurtjes en raampjes. De moskee is prachtig, met veel mooie details. Een man die er bij staat zegt dat het ‘quality’ is. Nou dat is het zeker.

Heen hebben we alles omhoog gereden, dus terug is een makkie. Bij de camper aangekomen bergen we de fietsen op, ze zien helemaal grijs van het stof, net als onze schoenen en sokken. We maken de camper reis klaar. Op het ritje van vanmorgen kwamen we langs een plateau, daar gaan we heen om nog even lekker in het zonnetje te kunnen zitten.

Als we daar zijn loopt er een jonge herder rond met een grote kudde geiten en schapen. Co loopt even naar hem toe om een praatje te maken. Hij gaat net thee zetten, in een heel klein zwart geblakerd theepotje, op een zelf gemaakt vuurtje.

Zo’n vuurtje maakt hij als volgt: Hij pakt een rietstengel, die knakt hij in stukjes. Dat stopt-ie tussen drie grote stenen, waar zijn theepotje boven op staat. Met kleine steentjes zet-ie zijn theepotje waterpas. En dan steekt hij de rietstengels en wat stro in de brand. De vlammen slaan om het potje heen, vandaar dat het zo zwart ziet. Een fles waar normaal motorolie in zit, heeft hij door midden gesneden. De twee helften kan hij over elkaar heen schuiven, er in zitten twee kleine theeglazen. Hij vertelt dat de fles gerust kan vallen, de glaasjes blijven heel. Hij heeft altijd 2 glaasjes mee, voor als hij samen thee wil drinken, met iemand, zoals nu met Co. Hij heeft ook twee theepotjes, waarvan hij er één aan Co geeft, souvenir de Maroc.

De jongen heet Mohammed. Wij dachten altijd dat de oudste in een gezin vaak Mohammed werd genoemd, maar deze Mohammed is de jongste van het stel. Zijn vader werkt in Casablanca. Mohammed is nu zo’n 5km van huis. Pas tegen 7uur gaat-ie op weg, naar huis. Daar zal hij dan toch zeker 1,5uur mee bezig zijn, dan is het donker als hij arriveert. Co heeft hem nog twee lange broeken cadeau gedaan, souvenir de Hollanda.

Co zit bij Mohammed, ik bij de camper. Ik heb zojuist omhoog gelopen om een paar foto’s van de omgeving te maken. Ik liep langs een plek waar allemaal plukken wol van de schapen lag, en vlak daar achter een dode hond en koe. Dat was even schrikken. De hond is niet zolang dood, want als er een windvlaag van die kant kwam stonk het.

We hebben zowaar een mooie ondergaande zon, die hebben we nog niet veel gezien tijdens deze reis. Net voor het donker rijden we terug naar het plekje van gisteravond.

Het was een mooie dag, met leuke ontmoetingen en een rit door een mooi landschap. We hebben 22.4km gefietst, met een gemiddelde van 9.6km p/u. 420m hoogtemeters. Het laatste punt was op 1840m, het hoogste op 2040m.

Woensdag 12 februari 2020: Zijweg van RP1510 – Taliouine

Het is sinds tijden weer eens bewolkt, dus als we wegrijden kleurt het landschap niet zo mooi als andere keren. Maar we zien ook blauwe stukken in de lucht, dus dat geeft hoop.

Als je deze route vanuit het noorden rijdt kom je eerst door een weids gebied met overal dorpjes, die alleen via onverharde paden bereikbaar zijn. 

Dan komen we bij het gedeelte waar de rivier doorheen stroomt. Langs de rivier overal groene akkertjes en fruitbomen in bloei, het is een genot om naar te kijken. We rijden van dorpje naar dorpje, de mensen die op straat zijn groeten vriendelijk terug. We zien lange loopbruggen door de rivier naar de andere kant.

20200212b

Af en toe stoppen we om een ‘praatje’ te maken. We groeten, stellen ons voor, vragen hoe zij heten, maken het gebaar dat we ze mooi vinden (zjwienie), en zeggen dat we Marokko ‘bon’ vinden. Meestal komt er wel iemand even naar de camper lopen om een handje te geven. Een enkele keer worden we uitgenodigd om thee te komen drinken. Soms nemen we het aan, een andere keer niet. Eén mevrouw nodigde ons uit maar toen we aanstalten maakte om te parkeren zwaaide ze ons gauw uit, ze schrok waarschijnlijk van haar eigen voorstel, haha.

Als we wat oudere meisjes tegenkomen, van het voortgezet onderwijs, beginnen we altijd in het Engels: Hello, how are you. Dan wordt er eerst altijd gegiecheld, en hulp gezocht bij elkaar. What is your name? De namen worden genoemd, vergezeld door verlegen gegiechel en als we uiteindelijk weg rijden, horen we een hoop gelach, zo van, dat hebben we toch maar gedaan.

Als we bij een groepje vrouwen stoppen die langs de kant van de weg zittn, is er één vrouw die het hoogste woord voert. Co zegt, vraag eens of ze bij ‘Nieuw Leven’ (toneelvereniging) zit? Ze zei ja, haha. Als we dan wegrijden zeggen we zelf vaak, ‘bonne route’ en ‘merci’.

Door het hele landschap heen zien we herders met grote, soms kleine, kuddes schapen en geiten. Als we stoppen om te eten lopen er hoog boven ons twee herders met een kudde. Even later komt er een jongetje op een ezeltje bij. Hij zit, met blote voeten, zonder zadel helemaal achterop de ezel, een touw in zijn handen. Het is een grappig gezicht, zo tegen de blauwe lucht. Ja, die is inderdaad blauw geworden, we genieten weer van het zonnetje.

De weg is in het algemeen wel goed. We denken dat het asfalt er nu zo’n jaar of 8 op ligt, we zien het elk jaar hier en daar minder worden. Vooral weer in de bochten en plekken waar het water over de weg komt. Maar we rijden toch al rustig aan, om goed om ons heen te kunnen kijken. Het zwarte theepotje geeft aan wanneer het een slechte weg is, dan rammelt het dekseltje vrolijk mee.

Dan komen we aan bij Toubkal, en zoals we al verwachtten, is er markt. Er stonden richting de markt overal mannen te wachten met lege tassen in hun handen. We kwamen nu allemaal lege autootjes tegen om ze op te halen. Was het nu eens andersom, lege auto’s i.p.v. overvolle auto’s als de mensen weer naar huis gaan.

Het is zo’n typische mannen markt, we zien maar een enkele vrouw. Het is nog rustig, er worden nog ‘kraampjes’ opgebouwd. Een man kijkt in een grote blauwe zak, zullen we kiekeboe zeggen? Er is een ambulante kalkoenenkraam, de kippenwagen rijdt net langs, er is een heuse ‘markthal’. 

Er is een echte theesalon waar zowaar een mevrouw zit. Een man is de grond voor zijn winkel aan het natspuiten, als we er langs willen zeggen we, ‘ohho’, nu even niet. Hij kan de neiging gelukkig onderdrukken om ons nat te spuiten.

Er wordt nog gewogen met een ouderwetse bascule, kleine boertjes brengen hun waren aan de man, er is belangstelling genoeg. Maar er zijn ook modernere weegschalen. De markt is ook een plek waar men elkaar 1x per week ontmoet. Er worden handen geschud en men omhelst elkaar. Daarna blijven ze nog wel eens hand in hand met elkaar staan te praten.

Er staat een oud, afgeragd bankstel te koop, maar ook een paar wandelschoenen die er nog best wel goed uit zien. Een vranchtwagen langs de kant van de weg is ook altijd het bekijken waard. Er is veel houtje-touwtje bij.

We kopen hele donkere honing, 1 kilo voor 50DH, dat is helemaal niet duur. Op ons verzoek doet de man een stuk honingraat in de pot. Lekker hoor. We krijgen een zakje olijven toe.

We zien twee gebouwen waar schilderingen van appels op staan, hier worden de appels uit de vallei naar toegebracht voor verdere verhandeling.

Vanaf dit dorp kun je via een piste naar een plek rijden waarvan uit je via een pad naar Lac D’ifni kunt rijden. Dus dit bedoelden de mensen van de week, als ze vroegen of we nog naar ‘Ifni’ gingen. Is voor een volgende keer, om te fietsen.

Af en toe zien we een slapende hond langs de kant van de weg. Dan hebben we bijna de neiging om het wakker te toeteren, doen we het eens andersom.  😉

We rijden de melkauto achterop. Verderop staan mensen met tonnetjes melk op hem te wachten. De volle auto’s die we tegen komen zijn nu eens op weg naar de markt i.p.v. op weg naar huis.

Ver beneden ons zien we een man zijn akkertjes bevloeien. Het gaat heel vernuftig. Het is een goot met aan weerskanten begroeide vakken. Hij maakt een bres in de wand van de goot, die aarde legt hij in de goot neer, zodat het water het akkertje op loopt. Dan maakt hij bij het volgende vak ook een bres in de wand van de goot. Als het genoeg nat is trekt hij de aarde weer terug in de wand en vloeit het water naar het volgende vak. Het is zo van boven af heel grappig om te zien.

Er zijn zelf beschilderde wegwijzers langs de kant van de weg, met Arabische teksten erop. Laten we maar links aan houden, zeggen we dan. Een meisje geven we 2 mandarijntjes, ze gaat op een drafje naar haar moeder, de herderin.

Dan horen we opeens muziek, het is moeilijk te zeggen waar het vandaan komt. Dan komen we langs een oranje busje, waar uit de megafoon de Marokkaanse muziek komt, heel gezellig, we swingen mee op de maat van de muziek. Het is de plaatselijk SRV auto, die zo de mensen vertelt dat hij er is.

De weg is van de RP1510 overgegaan in de RP1737. We gaan linksaf de RN110 op, bij Askaoune rechtsaf de RN112 op naar Taliouine. Sommige RP wegen zijn nu gepromoveerd naar RN wegen terwijl er verder niets verandert is aan de kwaliteit van het asfalt. 

De omgeving is mooi te noemen, anders als de vallei van de RP1510. Weidse uitzichten, en weer andere kleuren in het landschap.

De laatste 15km van de RN112 naar Taliouine is ronduit slecht te noemen. En dat is al 7 jaar zo, arme mensen die er alle dagen langs moeten.

Vanaf de laatste schuine weg, zien we in de verte de camping liggen. Even later staan we op een plek waar vandaan we de schuine weg aan de overkant zien liggen, grappig.

Hoogste punt vandaag was 2253m, het laagste 887m. Het was 22,5º toen we om 17uur de motor uitzetten.

We pakken een heerlijk hete douche, en spoelen al het stof van de afgelopen dagen van ons af. Het was weer een leuke dag met veel vriendelijke mensen op ons pad.

Donderdag 13 februari 2020: Taliouine

Er loopt een drukke weg langs de camping, maar we hebben goed geslapen. We doen rustig aan, want vanmorgen ga ik brood bakken. En dat is dan wachten tot het gerezen is, en dan wachten tot het bakken zelf klaar is.

Na het eten gaan we om 13uur fietsen. Ik heb in Komoot een route uitgezet. Eerst is het berg opwaarts, via de N10, richting het oosten. We rijden in 7.6km, 354meters omhoog, via een aantal haarspeldbochten, we zijn er 40minuten mee zoet.

Dan slaan we rechtsaf een onverharde weg in. Het is gelijk al hotsen en botsen, en heel stenig. We moeten een klein watertje oversteken, het water stroomt met veel kracht vanuit de ene levada naar de andere levada. 

Dan moeten we linksaf een pad op, wat verderop smaller wordt en behoorlijk stenig. Zelfs met grote losse keien er op. We moeten dit pad ook weer terug, dus doen we dat nu alvast maar. De ronde langs de dorpjes die we verderop zouden doen, het is jammer dan.

We suizen de 11,8km weer naar beneden, en doen er nu 22minuten over. Dat gaat wel lekker zo.

We willen nog wel eventjes wat fietsen, dus rijden we verder richting het westen, naar Taliouine. Daar duiken we al snel een weggetje naar links in, om tussen de huizen door te rijden.

Vorig jaar hebben we een paar vrouwen die met ons meereden afgezet in een klein plaatsje bij een rivier, Targua N’Mimoun. Toen we daar beneden in de rivier wilden keren kwamen we vast te zitten in het vele grind op de rivierbodem. We werden toen door zo’n 10 Marokkanen weer ‘vlot’ getrokken/geduwd. pffff.

We rijden weer langs de plek door de rivierbedding naar de andere kant, het dorpje in. Er zijn diverse fris groene akkertjes, zelfs met een vogelverschrikker er op. 

Verderop is een meisje met de was bezig, ze vindt het wel leuk om eventjes wat Frans te praten. We gaan linksaf maar een man zegt dat we daar niet verder kunnen. We moeten terug, tot aan de madrassa/school, daar begint een piste terug naar Taliouine.

Deze piste is beter te doen, dan eerder naar het oosten. Het is ook wel stenig, maar we kunnen blijven fietsen. We hebben een leuk uitzicht op Taliouine, en nu valt op dat er heel veel groene bomen bij de rivier staan. Een soort van oase.

Vlak voor een dorpje komen we een groepje vrouwen tegen, ze lopen met emmers. Ik vraag of ze naar de Hammam gaan, dat gaan ze. Co vraagt of hij mee mag. Nee, dat mag niet. It’s only for Women, zegt een meisje. De hammam voor the men is in the center. We rijden verder over een nieuwe asfaltweg.

We komen door het dorpje, waar een paar jongens aan het fietsen zijn, rond de moskee. We stoppen er om een paar foto’s te maken en als we wegrijden, fietsen de jongens mee. Co zet even aan met de e-bike en is zo een eindje weg. De jongens proberen wel met hem mee te komen, maar vergeefs. 

Dan zitten er twee vrouwen bij een huis, we stoppen even om te groeten, het zijn Fatima en haar dochter Mina. Mina vraagt of we thee willen. Nou, dat is wel lekker, graag zonder suiker. Als ze twee plastic stoeltjes buiten zet vraagt ze voor de zekerheid of we het zeker weten, geen suiker. 

We zien nog een man liggen, dat is papa, hij is ziek. Gelukkig leggen ze hem wel buiten neer, op een paar kleden als ondergrond, onder een zonneluifeltje van een grote deken, dat is beter dan de hele dag binnen liggen.

Er komt een buurvrouw even kijken, en een vrouw die langsliep. De buurvrouw is wol aan het uitzoeken, ze haalt onregelmatigheden eruit, de rest gaat in een zak. Wordt klaargemaakt voor de spinnerij. Mina is bezig met het uitzoeken van granen, ze haalt kleine steentjes eruit.

Als de thee er is, laten we Mina en Fatima proeven, het valt ze niet tegen. Dus drinken ze ook een glaasje zonder suiker. Er staat een schaaltje gepelde amandelen, lekker hoor. De jongetjes blijven om ons heen dralen, en vragen en-passant om chocolade, pennen en dirhams. Uiteindelijk vertrekken ze toch maar.

We rijden terug naar de camper en zitten nog even lekker in het zonnetje. We hebben nieuwe buren, allebei met een caravan. Eén caravan is wel erg klein. Het is meer een ruimte om te slapen, en om overdag buiten te verblijven. Nou ja, dat kan hier in Marokko, als het mooi weer is.

We pakken nog een heerlijk hete douche, even het zweet en stof eraf van het fietsen. Co heeft vanmorgen de fietsen schoongemaakt, ze zagen helemaal grijs. Nu kan het weer, maar daar kun je niet van buiten, in stoffig Marokko.

Het was heerlijk weer vandaag om te fietsen. Als we terug zijn komt er wat sluierbewolking binnen drijven.

Het eerste gedeelte van de fietstocht was 19.4km lang, 390 hoogtemeters, we reden gemiddeld 17km/u.

Het tweede gedeelte was 20.2km lang, 170 hoogtemeters, we reden gemiddeld 13.8km/u.

Vrijdag 14 februari 2020: Taliouine – Tafraout

Om half 10 gaan we van start, we rijden vandaag naar Tafraout, of zover als we komen, dat weet je maar nooit. Het is licht bewolkt, af en toe komt de zon er door.

Na Taliouine tanken we voor 9.61DH, dat zal straks bij Tafraout duurder zijn. Dan draaien we de R106 op, naar Igherm. Het is een mooie route, het asfalt is redelijk tot goed. Vorig jaar toen we hier reden, later in het jaar, lag de weg vol met plat gereden grote, zwarte kevers. Je ziet nu nog de vlekken op het wegdek.

In de route zitten 6 bypasses, hier is de weg ooit weg gespoeld. 7 Jaar geleden, toen we de eerste keer deze route reden, was het dezelfde situatie, er is nog niets veranderd. Maar net als toen zijn de bypasses prima te rijden. 

En waar er water over de weg gaat, vergezeld door wat het water meeneemt, is het ook rustig aan rijden. De omgeving is mooi, met veel kleur in de bergen. Ook zijn de bergen met mooie structuren gevormd.

Op een gegeven moment lopen er diverse mensen langs de weg, in de richting die wij ook op gaan. We hebben het idee dat er ergens souk is. We vragen het aan een mevrouw, alleen het woord souk al, laat haar naar het volgende dorp wijzen.

En ja hoor, daar is het feestje. ;-). Het is een kleine souk, maar oh zo leuk. We parkeren de camper en storten ons in het feestgedruis. Het is totaal niet te vergelijken met de grotere souks. 

Co zegt, ik vind het zo leuk hier, we kopen gewoon bij iedereen iets. Bij de bakker kopen we twee gesuikerde broodjes, bij de grossier 1 kilo pinda’s, bij het winkeltje 6, nee doe maar 10 eieren, bij één van de groentestalletjes 1 kilo mandarijnen en een 1/2 kilo dadels bij een oud mannetje. Er is ook een kippenboer, maar die hoeven we even niet.

En bij een cafeetje gaan we thee drinken, zonder suiker. In de ruimte ernaast zitten een 5 vrouwen en 1 man een tajine te eten. We schuiven aan en wachten op onze thee. We worden uitgenodigd om van de tajine mee te eten. Ik hoef niet, Co neemt een paar hapjes. Cooll, cooll, mangez, mangez klinkt het. We hebben lol met elkaar. Als er iets in het Arabisch gezegd wordt vertalen we het in het Nederlands zoals we het horen. De vrouwen moeten er wel om lachen. De thee kost 5DH, €0,45, dus daar hoef je het niet voor te laten.

We bergen de spullen op in de camper en gaan nog een buiten op het muurtje zitten, op onze zitlappen, want het is overal stoffig. Links van ons zitten een paar vrouwen in de schaduw van een overkapping. Of we niet daar willen komen, nee we willen graag in de zon zitten.

We zien achter ons een mannetje aanlopen die, net als een blinde, zijn stok voor zich uit tikt. Dan opeens schiet de mijnheer die naast ons op het muurtje zit weg. Hij loopt naar de blinde man toe en redt hem nog net dat hij tegen een geparkeerde auto aan loopt. Hij neemt hem bij de hand en brengt hem naar veiliger oorden.

Maar even later lopen we toch naar ze toe, de zon heeft veel kracht. En gisteren zijn we best wel verkleurd tijdens het fietsen, even oppassen dus. De vrouwen maken wat meer ruimte zodat we er bij kunnen staan. Er is een vrouw bij die gelijk een paar sieraden tevoorschijn haalt, een echte zakenvrouw, die haar kans waar ziet. Het zijn van die grote, mooie zilveren kettingen die gebruik worden bij trouwfeesten. Ze zijn mooi, maar ik zal ze niet dragen. La sjoekran.

We nemen afscheid en gaan weer verder. Nu rijden we mensen achterop die weer naar huis lopen. 

Er lopen twee vrouwen langs de weg die vragen of ze mee mogen rijden. Als we ja zeggen, schrikken ze een beetje en staan met elkaar te overleggen of ze het zullen doen of niet. Maar ik heb de deur al open, entree, en welkom in ons huis.

Even later stoppen we bij een huis waar een paar kinderen buiten staan. Eentje zegt stylo/pen, Co zegt, non merci. Ze weet even niet wat ze er aan heeft, en lacht verlegen. 

Mama komt ook even kijken en ziet de twee vrouwen bij ons in de camper zitten, ze kennen elkaar. Ze raken aan de praat en dan zie ik de twee oudste kinderen naar binnen rennen, ze komen terug met schooltassen. Ze willen ook wel mee, prima, kom maar op. Maar dan pakken de jongste twee ook hun schoolspullen, wel ja, kom ook maar mee hoor. 

Als ze allemaal binnen zijn zeggen we tegen mama, die nog buiten staat, bye, bye, Taxi Hollanda. Later stappen eerst de twee vrouwen uit, en dan komen we bij het schooltje. De kinderen stappen uit, en ik ook. We maken nog even een foto bij de poort van het schooltje.

Na Igherm blijft het de R106 naar Tafraoute en het asfalt is prima. Het landschap is totaal anders als vanmorgen, maar evengoed weer mooi. Er zijn weer andere structuren in de bergen, en meer uitzichten. Af en toe is het een beetje saai, maar de dorpjes waar we langs rijden maken weer veel goed.

De laatste 15km naar Tafraout hebben we nog een jongeman in de auto. Hij spreekt een beetje Frans, dus een echt gesprek zit er niet in. Hij gaat in ieder geval naar de kapper, voor zijn baard. Je zou zeggen, zijn er geen kappers dichterbij, maar kennelijk niet. We rijden langs de leeuwenkop in de bergen, welkom.

In Tafraout stoppen we bij een autowasserij, de camper heeft nogal wat stof vergaard de laatste weken. Ze vragen 150DH, maar dat vinden we te duur. Uiteindelijk maken we het af op 130DH, het wordt op de camper geschreven, in het stof, deal.

Een uurtje later is hij weer spic-en-span. In het straatje bij Ali Ben Abou maken we hem in de schaduw nog even droog met de zeem, anders droogt-ie zo lelijk op. De 3e en 4e foto is voor en na.

Tegen 6uur draaien we de camping Sauvage op in het Keteldal. Het is behoorlijk druk met campers. We rijden door naar achteren, waar zo een beetje de Nederlandse hoek is. En inderdaad er zijn heel wat gele nummerplaten te bewonderen.

We stoppen om uit te stappen en rond te kijken waar we kunnen staan. Dan zien we Toni, een Oostenrijker waar we van de zomer langs zijn geweest, toen we naar Roemenië wilden. Leuk hem weer te zien, en even later ook Annelies. Toni vertelt dat ze al heel wat gefietst en gewandeld hebben, maar ze hebben een fietstocht bewaard voor als wij er waren.

We omhelzen Jan en Pieta, en Ria, zwaaien naar Dick en Nan. Toni vertelt dat Wim en Wobbie verderop staan, we reden eerder al langs Hannie, en zagen Cor lopen. En even later zien we de blauw/gele Burton rijden, waar ongetwijfeld Wilfried in zat. Morgen gaan we op onderzoek uit om te kijken wie er nog meer zijn, de dag is weer rond vol.

Zoals altijd kleuren de bergen om ons heen weer in een warme kleur, je kunt er naar blijven kijken.

Het hoogste punt vandaag was op 1882m, het laagste punt 926m. De temperatuur schommelde tussen de 17 en 20º. Niet slecht.

Zaterdag 15 februari 2020: Tafraout

We hebben lekker geslapen hier. We hoorden zowaar vanmorgen luid en duidelijk de imam, dat is al weer eventjes terug. Het is bewolkt dus duurt het wat langer voor de camper op kan warmen.

We verkassen de camper naar de overkant, maar als we daar staan komt de Fransman die schuin voor ons staat. Hij moet er af en toe uit met zijn camper, en dat lukt niet als wij hier blijven staan. 

We lopen even rond om te kijken waar we zullen gaan staan, en komen Wilfried tegen, even hartelijk als altijd. We worden uitgenodigd op de thee. Onze camper is niet op slot, dus lopen we terug en verplaatsen hem gelijk maar naar het plekje naast Wilfried en Ria, zijn we zowaar buren.

We kletsen onder het genot van een kopje thee even bij, leuk hoor, om ze weer eens te zien. We zien de ‘indiaan’ zijn spulletjes opruimen, hij heeft de nacht doorgebracht op de rots, hij was vannacht onze gardien/bewaker.

De gardiens hebben ook een ‘huisje’ tot hun beschikking, een bouwsel met een deurtje erin, met een heus hangslot er aan.

Na het eten lopen we naar Frank en Ria, een Belgisch echtpaar waar we in 2016 en 2018 samen mee hebben gewandeld, en anderen. Ook hier is het een hartelijk welkom. Morgen gaan we samen een wandeling doen. Om half 10 starten we, dan zijn we op tijd weer terug voor het eten.

We lopen naar Wobbie en Wim, maar Ria roept dat zij naar het dorp zijn. We ontmoeten Piet en Elly van toesjoeranroet. Ik volg hun reisverhaal in Marokko. Mia en Wiel staan met hun camper naast hun, maar zijn eventjes weg. 

Dan gaan we met z’n tweetjes wandelen, de poeltjesroute. Op weg naar het dorp komen we Wobbie en Wim tegen en Wil en Cor. Met Wobbie en Wim wandelden we ook de afgelopen jaren, maar ze moeten eventjes rustig aan doen, na een rug- en knieoperatie. 

We lopen door het dorp, richting de nieuwe hammam en gaan daar linksaf totdat we een onverhard pad op kunnen tussen de huizen door. Je loopt zo de open ruimte in.

Na een leegstaand gebouw gaan rechtsaf een pad op, en dan een klein ‘pasje’ over. Zo krijgen we uitzicht op het dal waar we doorheen wandelen. 

We komen langs allerlei poeltjes water, waar de kikkers in het water springen als ze ons in de gaten krijgen. Er staan palmbomen en veel Oleanders (nog niet in bloei).

Bij één van de poeltjes nemen we een pauze, en als we een tijdje stil zitten komen er weer wat kikkers op de kant, even later klinkt er een kwaakconcert.

We gaan weer verder en komen dan bij een kleine stuw. Hiervandaan heb je een mooi uitzicht over een aantal poeltjes.

We lopen het dal uit, en lopen evenwijdig aan de bergwand. We komen langs een geitenstal. Als ik wat hoger klim kan ik er in kijken, er zijn diverse jonge geitjes, ze klimmen op grote stenen en springen er speels weer af, leuk om te zien.

We lopen om de berg heen en komen langs het dorp Aguerd Oudad, bekend vanwege de ‘hoed van Napoleon’, een grote rots die de vorm van die hoed zou hebben. 

Langs de weg lopen we terug naar Tafraout, er staan veel grote en mooie huizen langs de route, ook met mooie deuren en poorten. 

We komen  door het centrum, langs het grote plein, waar straks weer het amandelfeest wordt gehouden. De grote witte tent staat er al.

Aan een prachtig geklede mevrouw op een bankje vragen we of ze weet wanneer de feesten zijn. Maar ze verstaat geen Frans, en roept haar kleindochter erbij. Zij is ook al zo mooi gekleed, met heel veel kleuren. Ze weet ons te vertellen dat vanaf donderdag 5 maart de festiviteiten van start gaan, Insjallah, sjoekran.

We lopen op de camping naar de andere kant, om te kijken of er nog bekenden staan. We zien dit jaar onwijs veel Nederlandse nummerbordjes, het is er druk van.

We spreken met Johan en Ria, Anne en Nel, en nog een paar andere Nederlanders. Van onze buurvrouw horen we dat Monica en Andre net twee dagen geleden zijn vertrokken. Andre wandelde vorig jaar ook met ons mee. Jammer dat we ze zijn misgelopen.

Als we bij de camper terug komen loopt daar net Ghadiza met een pan met Harira soep, dat lusten we wel. Even later is ons pannetje gevuld voor 2 personen, voor 20DH, lekker hoor.

Voor het eten loop ik naar Wiel en Mia, om te vragen of ze morgen mee gaan wandelen, dat willen ze wel. Ze hebben zelf ook al het een en ander gewandeld.

’s Avonds klaart de lucht wat op en kleurt het zonnetje de bergen, rondom ons, in een prachtig rood licht. De lucht doet zelf ook nog even mee, en dan begint het donker te worden.

We hebben vandaag 10,7km gelopen, met 120 hoogtemeters, we liepen gemiddeld 4,3km/u.


Terug naar periode 06
Terug naar ‘overzicht
Naar ‘coordinaten
Naar ‘reisroute

Verder naar periode 08