2021 Marokko 12 en 13 februari

Klik op een foto om het groter te bekijken. Daarna kun je via de pijltjes bladeren door de foto’s. Veel lees- en kijkplezier.

Als je het handig vindt, kun je je aan de rechterkant aanmelden voor de nieuwsbrief. Dan krijg je automatisch een mailtje als ik een nieuw reisverslag heb geplaatst.

Vrijdag 12 februari 2021: Zagora

Vandaag hebben we niet zoveel gedaan. We twijfelen of we naar Mhamid zullen rijden of nog even blijven voor de markt a.s. zondag. Na kort overleg, we waren zo klaar, besluiten we dat we een andere keer naar Mhamid gaan, als de festiviteiten daar zijn. We blijven vandaag nog hier en gaan morgen verder.

We genieten van het zonnetje en kletsen af en toe met Christian, onze Duitse buurman. Aan het einde van de middag lopen we naar het centrum, even wat beweging in de benen. Er zijn mensen in de straatjes waar we door lopen, ze zitten gezellig met elkaar te praten.

Zaterdag 13 februari 2021: Zagora – Alnif

Vanmorgen doen we rustig aan. We hebben gisteren al betaald, maar we hebben geen haast om weg te komen. Om half 10 rijden we weg. We moeten nu dus tegen die steile helling op. Ik ga boven staan om in ieder geval mensen tegen te houden die net toevallig naar beneden willen. Er staat een autootje geparkeerd boven aan de helling, maar die staat ver genoeg naar achteren.

Dan komt Co aanrijden en hij houdt flink het gas er op. Bijna bovenaan slippen de wielen toch een beetje door, daar waar het beton ophoudt. Pffff, heelhuids boven.

We gaan in eerste instantie naar Tazzarine. Dat kan via de N12 of terug richting Agdz en daar de R108 op, komt allebei bij hetzelfde uit. Ik heb op de satellietkaart van Komoot gekeken en zag dat er op de 2e route meer dorpjes zijn, dus dat zal leuker zijn om te rijden.

En er is inderdaad van alles te zien onderweg, dat vinden wij wel leuk. Het ezeltjesgehalte is hoog, er wordt van alles vervoerd met deze lastdieren. De N9 is met prima asfalt en heel breed.

Er worden langs de weg dadels aangeboden. Eén man staat op een verhoging in de weg en ziet zo van beide kanten het verkeer al van ver aankomen. Dan heft hij op tijd zijn armen met in iedere hand een doosje met dadels. Maar wij hebben nog heel veel dadels, dus shukran. We hebben zelf dadels gekocht op de markt in Toundoute en van Achmed kregen we een doosje met dadels, daar kunnen we weken mee toe.

We draaien rechtsaf de R108 op, ook deze weg is goed, met redelijk tot nieuw asfalt. We rijden door een weids landschap, met hoge bergen waar we naar toe kijken. Er staan borden met daarop een dromedaris, ze beloven hier van alles maar je ziet ze niet, helaas.

Tussen de weg en de bergen is het kaal met hier en daar een boom. Af en toe is er een huis met er omheen fris groene akkertjes, ze hebben waarschijnlijk een eigen bron. Ook zien we wel grote waterbassins.

Dan komen we een auto tegen met schapen op het dak, zal er markt zijn in Nkob, waar we doorheen gaan. Van vorige keren weten we dat die markt wel leuk is, een echte plattelands souk. Zo’n 2km voor Nkob is er op een terrein inderdaad een markt. We zien alleen geen groente en fruit. Het is bovendien op een andere plek, normaal is het in het centrum van Nkob. We rijden verder en in Nkob is het een drukte van belang, hier is dus toch de markt. Het andere was vast een filiaal of zo.

Voorbij de markt parkeren we de camper en lopen we terug naar de drukte. Langs de weg is het bedrijvig en ook in de winkeltjes. De terrassen zitten vol met mannen. Er komt net een mijnheer naar buiten, hij heeft een stukje van zijn tulband voor zijn neus en mond, als alternatief mondkapje. Dit zien we hier in Nkob meer, de mondkap is zo een onderdeel van de kleding, of de kleding onderdeel van de mondkap.

We komen langs de slagers. Er zijn er meerdere bij elkaar. De meeste hebben geen klanten, die staan bij een slager die luide muziek aan heeft staan. De boxen hangen voor aan de luifel, het werkt wel. Waar is het feestje, daar is het feestje.

We doen een rondje markt, hebben komkommers nodig, pinda’s en munt. Het laatste vinden we niet. We kopen ook zoutloze pinda’s, we willen proberen om zelf pindakaas te maken met de blender. We maken zelf al mayonaise, en dat gaat na een paar experimentjes heel goed.

De mijnheer waar we de ongezouten pinda’s kopen vindt het zo grappig dat we een beetje Arabisch/Berber spreken.. Hij lacht zijn weinige tandjes zonder gene bloot, wij lachen mee en hem toe. Leuk hoor.

We lopen terug naar de weg en duiken een eetcafeetje in met een terras boven. Dan hebben we een leuk uitzicht op alle drukte op de weg. Het leven trekt aan ons voorbij. We bestellen een jus d’orange en een tajine kefta (gehakt). De jongen verontschuldigd zich, het kan wel een kwartiertje duren. Geeft niet joh, we vermaken ons wel.

Het tafelblad wordt keurig schoongemaakt. Alleen de stoeltjes zien nooit een dweil, gezien het vuil op de voorkant van de leuning.

Na 50 minuten komt eerst de jus d’orange en daarna de tajine kefta. Het is een omelet Berber, en hij is werkelijk heerlijk. De omelet is heel dik en romig en het gehakt is lekker gekruid, zo ook de groentjes die eronder liggen. We eten met smaak.

Terwijl we op het eten zaten te wachten zagen we van alles voorbij komen. De Transport Mixte auto’s zitten stampvol, en er ligt van alles op het dak, dat kunnen we van ons plekje goed zien. Er gaan heel wat schapen en geiten voorbij. En het valt op dat er veel betonijzer gekocht is, bijna elke auto of Skygo vervoert het wel.

De souk is ook een plaats waar mensen elkaar ontmoeten en een praatje met elkaar maken, een sociaal gebeuren. Er worden heel wat handen geschud en er zijn ook wel omhelzingen, met of zonder mondkapje.

Hoe druk het ook is op straat met mensen en auto’s er komen toch nog massale vervoersmiddelen doorheen. Een immens grote hooiwagen, zo van bovenaf lijkt-ie nog groter als dat je hem van onderaf ziet. Een machine rijdt langs met lange buizen erop, overdwars, gelukkig heel hoog opgeheven. Er komt een vrachtwagen helemaal vol met mest, we ruiken hem gelukkig niet. Alhoewel als het goede mest is ruikt die niet vies. Er stopt een grote vrachtwagen voor de deur, de chauffeur moet even iets kopen. Hij heeft zijn dochtertje een dagje mee, ze doet oortjes in en gaat muziek luisteren. Even later rijden ze verder.

We lopen naar beneden, laten het afruimen over aan de jongeman, want de treden van de trap hebben heel veel ruimte ertussen, je moet grote stappen maken om de trap de nemen.

De jongeman is een enthousiast iemand, we bedanken hem voor het lekkere eten, het was echt heel goed. Aan een tafeltje zit een man te slapen, met het hoofd op zijn armen. Het is ook best wel vermoeiend hoor zo’n markt, haha. 

De jongeman vertelt dat het wel heel erg rustig is met toeristen sinds de Covid uitbraak, en dat terwijl er in Nkob maar 1 persoon is overleden aan of met Covid. Dit horen we wel vaker, dat er op het platteland nauwelijks Covid heerst.

We lopen terug naar de camper en merken dat de markt op zijn einde loopt. Het is inmiddels half 2.

We gaan verder naar Tazzarine. Onderweg nemen we 2 lifters mee. Het  zijn 2 jongetjes die behoorlijk verlegen zijn. Ze rijden ca. 2km mee, waren dus bijna thuis.

De rit gaat door een mooi landschap met grillig gevormde bergen. En het landschap is kleurig, met geel, groen en zwart. En dan zijn daar toch opeens een paar dromedarissen. Helaas ben ik net te laat om er een foto van te maken.

We komen aan in Tazzarine en willen naar de camping in het dorp. Maar de weg erheen is op de schop en ziet er erg nat uit. Dat wagen we maar niet. Er is nog een camping maar de zit 18km buiten het dorp, niet op onze route. Het is nog vroeg, half 3, dus we besluiten om verder te rijden. Er komen nog twee camperplaatsen aan, beiden bij een hotel.

De weg is na Tazzarine hier en daar ronduit slecht. Vooral de oplappingen zijn hobbelig met af en toe een hoge rand. Ze zijn gelukkig op tijd te zien, vanwege de donkere kleur. Even gas terug en dan weer verder. En soms is er een behoorlijk gat in de weg.

De tweede keer dat we lifters mee nemen zijn het ook twee jongetjes, maar die zijn veel vrijer. Ze rijden zo’n 20km mee. Ze zijn onderweg van de madrassa naar huis. Jeetje, als ze alle dagen zo moeten reizen….. Onderweg gaat een telefoon, het is mama, waar ze nu zijn. Bijna thuis.

Als ze uitstappen vragen ze om een ballon (voetbal), als we die niet hebben mag het ook een stylo (pen) zijn, ook niet? Doe dan maar een horloge of een bril (kijken naar mijn hoofd waar mijn ril op mijn haar staat). Mogen ze mee rijden en willen ze geschenken toe. Maar ze stappen vrolijk naar buiten en danken voor het meerijden, netjes opgevoed dus. Het vragen naar van alles is zo’n gewoonte hier in Marokko. We kunnen er wel mee omgaan gelukkig.

Na 196km komen we om tien voor 4 aan bij hotel Palmiers in Alnif. In de NKC app staat dat als je hier eet je de overnachting niet hoeft te  betalen. We hebben vandaag al een keertje buiten de deur gegeten, dan kan een tweede keer er ook nog wel bij hoor. Kan deze man ook wat verdienen. 

We komen aan en ik stap het hotel binnen. Door de andere deur komt ook een man naar binnen gestapt. In de ruimte is niemand aanwezig. Hij zegt wacht maar, ik bel wel even met Ibrahim. We horen een telefoon overgaan, die ligt in de hoek aan de lader. We schieten allebei in de lach, de telefoon is er wel, maar waar is Ibrahim? Ik gebaar naar achter het hotel, of daar de parking is. Dat klopt, dus ik loop alvast naar buiten.

Maar de poort naar de parking is gesloten van binnen uit. Als ik terug kom bij de kamer is daar Ibrahim. Hij vertelt dat we de eerste gasten zijn sinds de Covid is vastgesteld, bienvenue. Dat sterkt ons plan om bij hem te gaan eten. We bestellen een tajine met kefta en groente voor 19uur.

We zitten lekker buiten bij de camper als 2 van de 4 kinderen van Ibrahim op het erf komen. Ze hebben van papa opdracht gekregen om de glasscherven op te ruimen die hier en daar liggen. Hij zag mij een stukje glas weg gooien toen Co aan het keren was. Wel voorzichtig hoor met je handjes.

Aisha gaat weg maar Safa blijft en we hebben dikke schik met haar. Ze vertelt van alles en denkt dat wij gewoon Arabisch verstaan. We knikken wat en vertalen voor ons zelf van alles in het Nederlands.

Ze wijst een paar keer met haar duim naar achteren, net of ze aan het liften is. Wij zeggen in het Nederlands, nee daar ben je nog te klein voor, nog even wachten tot je groter bent. Op dat moment maakt ze net een gebaar met haar handen dat iets groot is. Het is net of ze ons Nederlands ook snapt, zo hebben we hele gesprekken met elkaar, en een hoop lol. Het is een lieverdje.

We hebben 196km gereden, met als hoogste punt 1138m, als laagste punt 728m. Toen we aankwamen in Alnif was het 29º.

Bekijk hier het filmpje van vandaag…..


Terug naar 11 februari 2021
Terug naar ‘overzicht
Naar ‘coordinaten
Naar ‘reisroute

Verder naar 14 februari 2021