2021 Marokko 18 februari

Klik op een foto om het groter te bekijken. Daarna kun je via de pijltjes bladeren door de foto’s. Veel lees- en kijkplezier.

Als je het handig vindt, kun je je aan de rechterkant aanmelden voor de nieuwsbrief. Dan krijg je automatisch een mailtje als ik een nieuw reisverslag heb geplaatst.

Donderdag 18 februari 2021: Ait Ayoub – Tissila

Oh, oh, oh, what a beautiful day, het was weer erg leuk vandaag. Ik begin gewoon maar bij het begin.

We zijn hier 2 nachten geweest en dus 2x wakker geworden, gelukkig wel. En dat was 2x vroeg, want de camping is naast de moskee, of andersom. Het is een kleine moskee maar de megafoon maakt net als op de grote moskeeën genoeg lawaai.

Om kwart over 9 gaan we op pad. We moeten de smalle poort weer door. Co manoeuvreert de camper recht voor de poort en even later staan we buiten de camping. Bye, bye, tot een volgende keer.

We rijden door de kloof waar we gisteren met de fiets gereden hebben. Komen weer onderlangs de huizen die tegen de rotswand gebouwd zijn en zwaaien naar de mensen die buiten zijn.

We komen langs een punt waar water uit de bergen komt. Het wordt opgevangen en gaat via een smalle slang verder. We sluiten een bredere slang er op aan en de andere kant gaat in de watertank, kijk, gemak dient de mens en we hebben zuiver water tot onze beschikking.

We stoppen bij het punt waar we met de fiets een trap op moesten. Ik loop naar beneden om voor Komoot de trap ‘vast te leggen’. Als ik terug kom staat er een man bij Co zijn raam. Verderop staat een vrouw die iets naar de man roept. Als ik langs de camper loop zie ik dat ze omhoog wijst.

Ik roep Co, pak je 600, er loopt een dier langs de bergwand. Ik heb ondertussen de andere camera in mijn handen en knip alvast. Weet nog niet wat het is, maar zie later dat het een mannetje met nog een paar lange haren van zijn wintervacht. Als Co buiten komt moet hij natuurlijk eerst zien waar het dier loopt, en dat is moeilijk uit te duiden tegen zo’n wand. Wijzen en daar zeggen helpt dan niet, haha. 

Tegen de tijd dat Co hem ziet verdwijnt het dier uit het oog. We blijven nog een half uurtje wachten en kijken de bergwand af, maar we zien hem niet meer. Gelukkig hebben we mijn foto nog, niet zo mooi als dat Co het met de 600mm maakt, maar toch….

We rijden de weidsheid weer in en genieten van de vergezichten. Dan stopt Co opeens, hij ziet een kleine vogel op de lijn zitten, het is een uiltje. Het beestje blijft rustig zitten dus Co kan hem prima vastleggen op de gevoelige plaat. 

Als we dichterbij komen vliegt hij weg, naar een stapel stenen. Ook daar kan Co redelijk dichtbij komen.

Na dit leuke intermezzo gaan we verder op deze leuke route. Er komt een vrachtwagen voorbij met in de laadbak een aantal schapen en ezels. Vrouwen zijn in de rivier de was aan het doen. 

We komen langs een stuk waar allemaal fruitbomen staan, aan de kant van de rivier. We zien een ‘appel’, wat dus aangeeft dat het om appelkwekerijen gaat. 

De weg slingert tussen de bergen door. In een ruwe bergwand zien we nomadententen en stalletjes met schapen en geiten. We parkeren langs de weg om te gaan eten en kijken door de verrekijker naar de bergwand.

Er komt een jonge vrouw met een meisje naar beneden gesneld, redelijk recht naar beneden. Ondertussen kijkt ze telkens of we wel blijven staan. 

Als ze bij de camper komen nodigt ze ons uit om thee te komen drinken, nou dat willen we wel. Daar hebben we wel een wandeling voor over. We zoeken gauw wat kleren en schoenen bij elkaar, stoppen het in een tas en lopen achter de twee Fatima’s aan. 

De oudste Fatima woont bij de zwarte tent, de jongste in het andere deel. We dalen eerst af naar de rivier en lopen aan de andere kant via een paadje naar boven. We lopen onder de stal door en komen aan bij de zwarte tent. Ik maak vanaf hier een plaatje naar waar de camper staat, die lijkt heel erg klein vanaf hier.

In de zwarte tent huizen een aantal kippen, het leefgedeelte is tegen de bergwand gemaakt met stukken doek die aan elkaar genaaid zijn. Binnen zitten twee vrouwen en een klein kind. Ze zijn al druk bezig om thee te maken. Met een blaasbalg wordt het vuur wat opgestookt. Er gaat een groot brok suiker in de theepot en dan heet water erop. Ze proeft de thee, gooit de rest terug en dan wordt er in getapt. Uiteraard komt er brood bij met olijfolie, mangez, mangez, eet, eet.

We vragen hoe ze aan water komen, want de rivier staat droog. Maar er is verderop een kleine bron waar ze water uit kunnen halen. De kleding van de twee kleine kinderen ziet er erg smoezelig uit. Dat is begrijpelijk want als je niet veel water hebt is kleding wassen niet een prioriteit. Maar gezichtjes kun je wel schoonmaken en die kunnen wel een poets beurtje gebruiken.

De vrouwen vinden het duidelijk leuk dat we er zijn, en wij ook. Ze spreken alleen Marokkaans en zijn niet naar school geweest, ook niet toen ze jonger waren. Jammer voor ze.

Er lopen wandelende takkenbossen langs de weg, hoog opgestapelde ezels, wat een vracht. Allemaal voor de oventjes en kacheltjes. In de verte zien we een groep ezels/muildieren met mannen er op. We denken dat er markt is in Ait Hani. We komen tenminste ook volle auto’s tegen.

Bij Ait Hani gaan we vanaf de P7103 rechtsaf de N12 op richting Imilchil. We laten een Transport Mixte voorgaan die van de markt komt. Een man staat aan de kant en geeft aan de auto voor ons dat hij mee wil, maar de auto rijdt door. Dan wil hij wel met ons mee. Hij ziet er netjes uit dus vooruit maar. We vragen hoever hij mee wil rijden, maar dat wordt niet helemaal duidelijk. Hij noemt Imilchil op, dat is nog 67km, dan noemt hij een ander dorpje op wat ons niets zegt. Stap maar in, we zien het wel.

We komen gelijk door een mooie omgeving met veel groene akkertjes en gekleurde bergen. We komen langs een geopende slagboom, er staan borden bij dat het een ‘barrière de neige’ is. Maar het is al weken droog dus sneeuw zullen we niet tegen komen.

Onze lifter heet Mohammed, hij heeft voor constructeur gestudeerd aan de universiteit. Nu is hij Duits aan het leren, dus kan hij het mooi op ons uitproberen.

We rijden bovenlangs een krater en dat is tevens ons hoogste punt voor vandaag, en ik denk ook van onze reis tot nu toe, het is op 2636m. De zon staat in tegenlicht dus is het uitzicht iets minder voor een mooie foto van de krater.

Dan dalen we af en komen in het landschap dat zo kenmerkend is voor deze streek. We zien gekleurde bergen met mooie lijnen en de vele groene akkertjes.

De mensen zijn warm gekleed, dragen veelal een kleurige, warme deken over de schouders. De kindertjes zijn smoezelig en vooral vragend. We zien geen vrolijke gezichtjes, er wordt wel veel gezwaaid, maar dat is met een bedoeling: stoppen en iets geven. Ze denken vast dat we een rijdend magazijn zijn of zoiets.

We rijden verder en komen door een dorpje waar een aantal auberges zijn die ook ‘camping’ op het bord hebben staan. Maar ze zijn allemaal dicht of de plek waar je met de camper kunt staan is moeilijk toegankelijk. 

Mohammed hebben we uit laten stappen, omdat we hier ergens ons eindpunt zullen hebben. In zo’n dorpje heeft hij misschien een betere kans op een lift dan ergens in de middle-of-nowhere.

We besluiten om verder te rijden naar Rebha. Bij haar hebben vorig jaar in februari een kopje thee gedronken, met een lifter die naar later bleek 150km met ons mee reed naar Tinghir. Rebha zei toen dat als we ooit nog eens langs komen we bij haar achter de poort kunnen staan met de camper.

Als we aankomen hangt er net iemand met haar hoofd uit het raam. We stoppen en zwaaien en even later staat Rebha, op blote voeten, naast de camper. Een meisje heeft haar schoenen in handen, Rebha had haast.

We parkeren de camper langs de weg en lopen mee naar binnen met Rebha en haar dochter Fatima. Er wordt thee gezet en het potkacheltje wordt aangestoken. Co helpt mee om wat takjes kleiner te maken. 

De vrouwen zijn kleurig gekleed, Rebha heeft een warme deken om haar schouders geslagen. Die is speciaal hiervoor, er zitten twee koorden aan die ze vast kan knopen, lekker warm zo.

Zoon Ayoub komt thuis van school maar vertrekt gelijk weer om te gaan voetballen met zijn vrienden. Fatima is gelukkig wel naar de lagere school geweest, dat is fijn voor haar.

Tegen 19uur gaan we terug naar de camper, parkeren die op een strook voor het huis, achter de poort kan niet meer, er staan nu fruitboompjes.

Tegen 20uur hoor ik iemand mijn naam roepen, het is Rebha, of we binnen komen om tajine mee te eten. Oei, we hebben net yoghurt gegeten, hadden al niet zoveel trek na het brood bij de thee. Maar we lopen met haar mee.

De tajine is nog niet klaar, ze is het net aan het maken. Ze zit op de grond bij een gasfles en een kookcomfort. Ze heeft een bak met aardappelen, tomaat, wortel en koolrabi. Het geitenvlees staat al te pruttelen. Een bakje met verschillende kruiden staan gereed om toegevoegd te worden, even later ruikt het heerlijk.

Het is slow cooking, dus we nemen ons gemak en kijken tv met de familie. We krijgen een warme deken over onze benen, en Co duikt er eventjes onder. Hij ligt net als Ayoub lekker onderuit.

Er wordt water gewarmd, boven een bak mogen we onze handen wassen. Dan komt de tajine op tafel en met onze handen en brood eten we mee uit de ‘ruif’. Het smaakt heerlijk. 

We gaan terug naar de camper, maar de familie wil graag dat we binnen komen slapen. Dus nodigen we ze uit om in de camper te komen kijken, dan kunnen ze zien dat we heerlijke bedjes hebben. Ze zijn heel enthousiast als ze alles zien en snappen dat we hier gaan slapen. A demain, tot morgen, slaap lekker.

We hebben 118km gereden, het hoogste punt was op 2636m, het laagste punt op 1365m. Het werd 24,5º maar het koelde snel af, zo hoog in de bergen. Toen we naar bed gingen was het nog maar 7º buiten.

We hebben een filmpje gemaakt van deze dag met leuke ontmoetingen. Bekijk het hier……


Terug naar 17 februari 2021
Terug naar ‘overzicht
Naar ‘coordinaten
Naar ‘reisroute

Verder naar 19 februari 2021