2021 Marokko 19 februari

Klik op een foto om het groter te bekijken. Daarna kun je via de pijltjes bladeren door de foto’s. Veel lees- en kijkplezier.

Als je het handig vindt, kun je je aan de rechterkant aanmelden voor de nieuwsbrief. Dan krijg je automatisch een mailtje als ik een nieuw reisverslag heb geplaatst.

Vrijdag 19 februari 2021: Tissila – ergens

Het was een bedrijvige nacht. Het eten was voor ons gisteren wel wat laat, dat zijn we niet gewend. We dronken ook nog groene thee, en dat is opwekkend, dus kon ik slecht in slaap komen.

Rond half 12, ik was dus nog wakker, hoorde ik stemmen om de camper heen, ik herkende de stem van Rebha. Ze praatte met een man. Vanmorgen hoorden we dat het iemand van de politie was. Kennelijk heeft ze vertelt dat we vrienden zijn en al slapen. De kentekenplaat werd genoteerd en ze gingen weer weg. Pffff

Het is marktdag in Imilchil, dus er kwam al vroeg verkeer langs, op weg naar de markt. In de nacht reed er ook een aantal keren een auto/vrachtwagen langs, dus al met al, het was onrustig.

We zijn al vroeg op, maar dat is niet erg, kan ik het verslag schrijven. Dan is dat uit mijn hoofd, het plaatsen met de foto’s erbij wordt later, want we hebben hier geen internetverbinding. Maroc Telecom laat het afweten.

Om kwart over 9 komt Rebha bij de deur, of we binnenkomen voor het ontbijt. In de kamer ligt Ayoub nog onder de dikke dekens. Fatima is al wakker en er zit een jonge vrouw bij het kacheltje, ook een Fatima. Ja, het is een populaire naam hier in Marokko.

Op de tafel staat een schaal met warme pannenkoeken, Bagrier in het Marokkaans. Ze smaken erg lekker. Ik geef aan Fatima een leuk ‘Tafraoute’ kettinkje. Het is gemaakt van djellaba knoopjes en heel kleurig. Ze is er duidelijk heel blij mee.

Je kunt merken dat ze het erg leuk vind dat we op bezoek zijn, ze geniet met volle teugen. Toen ik gisteren onze familiefoto’s op de telefoon liet zien was ze heel erg ontroerd, ze had helemaal natte ogen, de lieverd.

Ze staat op en komt even later terug met een blauwe sjaal, het is een hoofddoek. Ze doet hem bij mij om. Rebha gaat de kamer uit en komt terug met een mooie djellaba, lila met wit. Ook die gaat aan. 

De zijkanten worden met een oranje en groen touwtje naar achteren toe vastgemaakt. Als Rebha haar armen om mij heen slaat om ze vast te knopen pak ik haar even stevig vast. Wat een leuke familie is dit toch.

Om het helemaal af te maken brengen ze een kohl randje aan onder mijn ogen. Dat gaat met een klein houtje dat ingedoopt wordt in een potje. Het opbrengen doen ze niet zo vaak bij een ander denk ik, want er komt heel wat in mijn ogen, het prikt er over.

Zo aangekleed en opgemaakt zeg ik, straks op de souk van Imilchil moet Co mij elke keer zoeken. haha.

Ayoub ligt nog onder de dekens, de pannenkoeken schieten al aardig op. Ik zeg, als je nog wat hebben wilt moet je uit je bed komen hoor. Hij is er als de kippen bij. Co duikt gelijk zijn bed in. Hij zegt, het is wel lekker warm hier. Het zijn dikke, zware dekens. Een volgende keer als we hier zijn gaan we maar eens in huis slapen.

Dan nemen we afscheid, we geven Rebha wat geld. Ze wil het niet aannemen maar als we zeggen dat het een cadeau is pakt ze het graag aan.

We hebben ons enorm vermaakt hier, en hebben veel plezier gehad met de familie. Shukran. Dan dat Rebha en de 2e Fatima met ons mee willen rijden naar de souk in Imilchil. Nou, dat kan, we gaan toch die kant op.

Ayoub neemt nog even plaats achter het stuur en zit met een smile van oor tot oor in de camper.

De plek waar de camper staat, voor het huis van Rebha is toevallig net naast een stuk waar het asfalt weg is. Dus elke keer als er een auto langs komt stuift het heel erg. Vooral als het een vrachtwagen is, is het een grote stofwolk. De camper ziet er dus niet uit, en alles is te vies om vast te pakken. Het zij zo.

We vervolgen onze weg naar Imilchil, het is 16km verderop. We doen er lang over, want de weg is slecht, met veel gaten. Ze zijn de weg aan het verbreden, we komen langs een stuk waar ze de berg aan het wegboren zijn, er wordt een bocht verlegd.

De omgeving is erg mooi en kleurig. Helaas is er geen zon, het is zelfs een beetje heiig. Maar we genieten er evengoed heel erg van. Alleen Fatima niet, die is wagenziek. Ze ging gelijk op de vloer zitten. Ik stelde nog voor om voorin plaats te nemen, dat is eigenlijk de beste plek, omdat je dan de horizon kunt zien. Voorzover dat gaat in de bergen. Maar dat wilde ze niet. Ze moest dan ook overgeven. Het zakje was niet helemaal waterdicht, dus ons kleedje moest het ontgelden.

In Imilchil verlaat ze gauw de camper, waarschijnlijk schaamt ze zich. Ik roep haar nog na, en als ze omdraait zeg ik haar gedag.

Het is een kleine souk, maar genoeg voor de mensen om hun spullen te kunnen kopen. Wij kopen eitjes bij iemand die achter een naaimachine zit, multifunctioneel.

Er zit iemand in een tentje, dat blijkt de ‘smoelensmid’ te zijn. Op een tafeltje liggen allemaal tanden en kiezen, hij maakt reclame voor zijn toko.

Iemand heeft een kraam met organen, ze liggen keurig uitgestald. De vrouwen zijn kleurig gekleed en hebben warme dekens omhangen.

Ik ben nog gekleed als Berber vrouw en krijg veel lachjes naar me toegezonden. De meeste mensen vinden het wel leuk. Zeker als ik ze ook nog in hun taal begroet. 

Het terrasjes gehalte is erg hoog, overal zie je tafeltjes en stoeltjes staan, zowel bij een cafeetje als in de open lucht. Zo’n markt is natuurlijk ook een sociale ontmoetingsplaats, waar men elkaar 1x per week ziet en spreekt.

Op de terugweg naar de camper zien we Rebha en nemen met een knuffeltje afscheid van haar. Tot een volgende keer. Slemma. Bye, bye.

We vervolgen onze route, komen langs meer Tislit, maar het is te nevelig om er een mooie foto van te kunnen maken. We rijden weer omhoog en als uiteindelijk de pas over zijn dalen we af met een prachtig uitzicht een andere vallei in.

Aan deze kant van de route is de weg eindelijk klaar. Het was vorig jaar ook nog stof happen hier, maar nu is het asfalt prima.

Als we op een wat vlakker gedeelte komen stoppen we om te lunchen. Co loopt beneden naar de rivier om de vloerkleedjes uit te spoelen in het water. Daar zijn ze wel aan toe, ze zagen helemaal grijs.

De huizen zijn al een tijdje in de kleuren van de omgeving, net als in heel Marokko. Hier is dat beige. Een tijd lang zie je bij de huizen een zonnepaneel staan, dat is een project van de overheid. Bij gebrek aan elektriciteitspalen zijn er zonnepanelen geplaatst.

Ook hier zijn er weer volop akkertjes, ook een aantal grote percelen. Het begint al aardig groen te zien. Ze lopen hier iets op achter bij eerdere gebieden waar we waren. Het is dan ook een stuk kouder hier.

We gaan richting Khenifra, maar via kleinere wegen. Rond half 4 willen we een plekje zoeken en dat vinden we bij een kleine school. Een deel wordt niet meer gebruikt en ziet er verlaten uit. Achter de school staat een lemen huis. Co gaat even kennis maken en komt terug met Mahoud. 

We moeten gelijk thee komen drinken en straks eten. Maar daar hebben we eigenlijk allebei geen zin in, we zijn moe na de slechte nachtrust. Misschien morgen, insjallah. Hij wil nl na de thee ook nog met ons naar Ahkbala, het dorp waar we net doorheen zijn gereden. Alsjeblieft niet. Maar we blijven vriendelijk en kunnen het afwimpelen.

Even later komt hij terug met zijn vrouw en twee dienbladen. Eentje met een brood erop, twee vorken en twee mesjes. En een dienblad met een pot thee, drie glaasjes en een schoteltje met nootjes en een schoteltje met boter. Wat lief toch, wat zijn ze toch gastvrij hier.

Ik nodig de vrouw uit om te komen kijken, maar nee, ze moet van Mahoud gelijk mee terug. Ook goed hoor.

Ondanks dat we moe zijn besluiten we om een eindje te gaan fietsen, even de frisse lucht in. Ik zet een tochtje uit in Komoot van ca. 10km. Er gaat veel over onverharde paden.

Het eerste pad gaat nog wel, maar de rest is niet om te fietsen. Onwijs hard en met heel veel gaten erin van koeienpoten die ooit hier in wegzakten toen het nat was. Als we uiteindelijk bij een asfaltweg uitkomen rijden we terug naar de camper. De omgeving is prachtig om doorheen te rijden, maar dan wel over de weg.

Als we de fietsen binnen hebben gezet en zitten bij te komen stopt er een auto voor de camper. We krijgen bezoek, meestal is dat niet gunstig. Dit keer dus ook niet. De man zegt dat we hier niet kunnen blijven staan. Het is een zoon van Mahoud, blijkt. Wij zeggen dat Mahoud het goed vindt dat we hier staan. Maar het gaat niet door, we moeten vertrekken.

Terwijl wij ons gereed maken loopt de man naar zijn ouders. Co volgt even later om afscheid te nemen van Mahoud en zijn vrouw. Die zijn het niet eens met hun zoon, maar kennelijk werkt die bij de overheid, dus moeten we vertrekken.

Op de weg moeten we nog even wachten omdat de camper nog niet op niveau is gekomen. Mahoud wacht op ons, hij wil zeker zijn dat we weg rijden. Hij begeleidt ons naar een tankstation, daar mogen we wel overnachten, het is hemelsbreed maar 1000meter verder.

Als hij weg is rijden wij verder, langs een drukke weg en bij een tankstation, nee, we willen vannacht wel weer eens lekker slapen.

Het late zonnetje kleurt de omgeving in een warm licht. Wat dat betreft is het niet erg om nog een stukje te rijden. Maar we zijn wel aan stoppen toe.

We zien op een gegeven moment in een vallei een dorp en besluiten om daar naar toe te rijden en op onderzoek uit te gaan. Het moet raar gaan als we daar niet kunnen overnachten.

In het begin van het dorp staan een paar vrouwen buiten. Ik maak contact, want voor het huis is een brede strook waar we zouden kunnen staan. Ik vraag eerst of er een auberge in het dorp is. Non, dat is er niet.

Of we dan hier voor het huis mogen staan. Natuurlijk, dat is prima. We rijden verder het dorp in om ergens te keren. Dat lukt onder het toeziend oog van zo ongeveer het hele dorp. Er komen allerlei mensen overal vandaan om te kijken naar die twee toeristen in die grote auto.

Natuurlijk moeten we meteen thee komen drinken en eten. We hebben er geen zin in maar lopen toch mee naar binnen. Het is een mooi huis, heel erg luxe ingericht. Wat een verschil met het huis van Rebha.

We nemen plaats op mooie banken, en zo langzamerhand druppelen er allerlei mensen binnen. Het is allemaal familie. Er is thee en brood met olijfolie en confiture. We eten maar iets en geven dan aan dat we eigenlijk net gegeten hebben in de caravana. Gelukkig zijn er twee meisjes die goed Frans spreken, geleerd op school. Dus begrijpen ze ons prima.

Na de thee vertel ik dat we veel km’s hebben gereden en moe zijn en dat we naar de camper gaan. Eigenlijk willen ze nog met ons eten, en moeten we blijven slapen, maar ze laten ons toch gaan. Pffff.

Het was een lange dag maar ook een leuke dag, met een mooie rit door de bergen. 

Bekijk hier het filmpje van vandaag……


Terug naar 18 februari 2021
Terug naar ‘overzicht
Naar ‘coordinaten
Naar ‘reisroute

Verder naar 20 februari 2021