2021 Marokko 26 januari

Klik op een foto om het groter te bekijken. Daarna kun je via de pijltjes bladeren door de foto’s. Veel lees- en kijkplezier.

Als je het handig vindt, kun je je aan de rechterkant aanmelden voor de nieuwsbrief. Dan krijg je automatisch een mailtje als ik een nieuw reisverslag heb geplaatst.

Dinsdag 26 januari 2021: Toundoute

Zo rond kwart over 11 starten we een fietstocht naar een bergdorpje, Tinzar genaamd. Volgens Mohammed lopen de kippen op straat, en veel  kindertjes. In dit geval hebben we meer belangstelling voor de kippen, haha.

We rijden door het dorp, waar we nu voor de tig-ste keer door heen rijden, we horen dan ook twee keer roepen, ah Holland, de tamtam werkt. Het is bedrijvig in het ‘centrum’, hier zijn de winkeltjes en de klanten.

Na 4,8km gaan we linksaf een onverharde weg in, we komen de bocht naar rechts om en rijden gelijk omhoog. We komen langs een huis waar een oudere man en twee jonge vrouwen met een baby buiten zijn. We stoppen even om te groeten en krijgen onze eerste uitnodiging om thee te komen drinken. Maar dat vinden we nog te vroeg, we zijn net onderweg, shukran, een andere keer graag.

We worden uitgezwaaid en fietsen verder. We komen langs en door de rivier, die droog staat. Het grove pad is bedekt met kiezels en stenen maar het is te doen.

Toen ik de route uitzette met Mahfoud vertelde hij dat er langs de route vreemd gevormde rotsen te zien zijn, lijkend op mensenfiguren. In de verte zien we een vreemde rots maar die is spits toelopend, geen ronde vormen.

Dan verliezen we de rots uit het oog omdat links van ons een talud komt. Verderop stoppen we omdat ik wel even een kijkje wil nemen. Ik loop omhoog en zie verderop de ‘mensenfiguren’. Deze rotsen zijn hetzelfde als langs de weg naar de Dadeskloof, het blijft een mooi gezicht. Ik loop er niet helemaal heen, dat is te ver.

Vanaf dat we langs de rivier rijden hebben we uitzicht op een van de dorpjes waar we heen willen. Het ligt in een bijzonder kleurige omgeving met geel, rood, bruin, groen en zwart. 

We passeren een paar schapen en geiten kuddes met herder en ook in de verte zien we er een aantal. Een van de herders roept iets, maar we verstaan hem niet. We wijzen naar het dorp, dat we daar heen gaan. Misschien vroeg hij of we de groeten willen doen aan zijn vrouw Fatima, haha.

We komen langs een onderkomen met stallen, er komt net een vrouw thuis, zal dat zijn Fatima zijn?

Het dorp komt steeds dichterbij, of komen wij steeds dichterbij het dorp? Vlak voor de oversteek door de rivier buigt de route af naar links, naar Tinzar. De weg naar links ligt iets verder als dat Komoot aangeeft. 

Als we over een verhoging in de weg komen zien we verderop een nomadentent staan met mensen erbij. We rijden er naar toe, er zitten en liggen zo’n zes mannen voor de tent. We parkeren de fietsen van het pad af, want er komt toch af en toe een auto langs, en lopen naar de tent toe.

Eén van de mannen zit in een imker-pak, een andere man is met naald en draad bezig met een imker-pak. Daar moet je inderdaad geen scheurtjes in hebben als je bij de kasten bezig bent. 

We krijgen thee, met suiker, mierzoet maar het smaakt eigenlijk wel goed door de gebruikte kruiden. De man in het imker-pak maakt zich gereed om naar de kasten te gaan. Hij krijgt twee rook-apparaten aangereikt door een andere man, poseert voor onze telefoon en gaat op pad.

Het zijn niet alleen mannen hier, in de tent is een jonge vrouw bezig met het eten. Tegen de tijd dat we verder gaan trekken ook de andere mannen hun imker-pakken aan. De bijenkasten zijn van de mannen coöperatie van het dorp waar we op uit kijken.

Als we verder rijden zien we voor ons de weg die naar boven gaat, dat wordt klimmen voor ons. Maar onze fietsen doen het opperbest dus is het geen probleem. We laten ze zo lang mogelijk op eco stand staan, dan is het ook nog een beetje sporten.

Beneden ons zien we akkertjes, op de bergrug erboven komen net een man en een vrouw aan met ieder een ezeltje. De man draagt gereedschap op zijn schouders. Als ze bij het punt komen waar ze naar beneden willen gaan, gooit de vrouw iets groots naar beneden, zo dat hoef ik niet meer mee te slepen. Ze dalen langs een pad af naar de akkertjes.

We komen steeds hoger en kijken terug op de route en het dal waar we vandaan komen. Het is één en al kleur. In de verte zien we de centrale  bij Ouarzazate met de ‘lichtgevende’ paal.

Het dorp waar we naar toe rijden, Tinzar, komt opeens na een bocht in de weg tevoorschijn. Als we het dorp binnen rijden begint net de imam zijn oproep tot gebed, of is het een waarschuwing dat er vreemd volk in het dorp is?

In ieder geval zijn we binnen no-time omringt door kindertjes. Ze zijn niet vervelend en vragen ook niet om stylo’s, wel fijn zo. We wissel namen uit en rijden dan verder door de mainstreet van het dorp.

Het pad eindigt voor ons bij een oude man die onder een doek in de schaduw zit, omringt door dekens. Hij heeft familie in Amsterdam, een broer. De man is ziek, dat is hem ook aan te zien, hij is heel erg mager. Maar hij is heel helder en geniet van ons bezoek.

Er komen gelijk een aantal vrouwen uit het huis vandaan als ze ons met de man horen praten. Eén van hen, Aisha, heeft 2 zussen in Helmond wonen. Ze spreekt zelfs een paar woordjes Nederlands. Meisje, hier, mooi, broer, zus, koud, en nog meer. 

We zijn hier op 2000m hoogte maar even later hebben we haar zus in Nederland op whatsapp video, ze woont sinds 1993 in Nederland. Wat is dat internet toch een wondertje. We vertellen tegen de NL zus dat er in dit dorp allemaal kippen op straat zouden lopen, maar we zien er niet één.

Maar dat is niet helemaal waar, toen we het dorp binnen kwamen liepen er een paar verderop op een erf. In het begin van het dorp is er een waterstraal, water uit de bergen, Émmén de Montagne. 

Ze vertaalt dit voor Aisha. De zus vertelt dat de kippen allemaal binnen zijn. Het is lastig om de NL zus te verstaan want er wordt wat af gekletst  en gelachen door de vrouwen en kinderen om ons heen, gezellig hoor. Ik zeg tegen de NL zus dat dit net een soort van live ‘Google vertaal’ is. 

Ondertussen komen er steeds meer vrouwen en kinderen bij, jong en oud. Een oude dame schudt een handje met ons, ze heeft een prachtige gladde huid. Ik maak een complimentje en aai over haar wang, het is inderdaad heel zacht. Maar ze brengt twee vingers naar haar mond en laat haar tandeloze ‘bekkie’ aan ons zien. Dat is niet meer zo mooi, duidt ze, maar ik vind haar prachtig zoals ze is. Ze zit er niet mee hoor, want ze moet er zelf smakelijk om lachen.

Aisha begrijpt ons Frans niet helemaal, maar een jonge vrouw die iets verder zit souffleert af en toe, dus uiteindelijk begrijpen we elkaar prima. Na de thee gebaart Aisha ons om mee te lopen. 

Het jongste kind gaat op de rug in een draagdoek en we lopen met Aisha, haar een na jongste dochter en het tandeloze dametje door het dorp. Er zitten vrouwen op daken, kindertjes kijken toe, maar worden door de vrouwen op afstand gehouden. 

We komen bij een ommuurde ruimte en stappen door de poort naar binnen. Het is een grote binnenplaats met kippen, koeien en schapen. Er is ook nog een ruimte voor de bijen. Er is zelfs een kraantje, uiteraard met bergwater.

Bij terugkomst nemen we afscheid en worden hartelijk uitgezwaaid. Of we niet willen blijven slapen, nee, we slapen in ons eigen bedje. Wat was dit een leuke ontmoeting, hier houden wij wel van. Vriendelijke mensen waar we veel lol mee hebben, we zien alleen maar lachende gezichten om ons heen. Bye, bye, Slemma.

Het is een dorp met oud en nieuw, lemen huizen en betonnen huizen. Een aantal jongetjes loopt met ons mee. Bij de uitgang van het dorp komen we twee mannen tegen, die zijn net omhoog komen lopen. 

We komen een man op een ezel tegen, met op zijn schoot een boomstammetje. Hij stopt en is wel in voor een praatje. Een paar jongetjes schieten ons voorbij en verderop vragen ze toch naar iets, maar dat verstaan we niet, echt niet hoor.

Ze rennen een tijdje nog achter ons aan, maar we beginnen aan de afdaling dus blijven ze achter. We horen ze nog lang boven ons roepen. In een bocht op een vlak stuk pompen we wat lucht in mijn achterband, want die lijkt wel wat zacht en dat is niet prettig op zo’n ruige weg.

De rit terug is werkelijk prachtig, wat een uitzichten in de mooie vallei. Het is GENIETEN met hoofdletters. We hebben onze helmen opgezet maar rijden evengoed rustig aan, de remmen worden goed gebruikt.

We krijgen af en toe vragen over het dragen van een fietshelm. Men ziet ons de ene keer met en de andere keer zonder. Een toelichting: Als we redelijk vlak fietsen en toch onverhard dragen we geen helm. Als de weg omhoog gaat, ook onverhard dragen we het ook niet. Als we afdalen wel, alleen denken we er niet altijd aan om onze helmen mee te nemen, vandaag wel.

Daar proberen we ons leven in te beteren, want we willen geen dure les betalen vanwege een ernstige blessure bij een val. We zijn geen wilde fietsers maar het kan je ook overkomen door iets van buiten af.

We zijn bijna terug bij de asfaltweg en komen langs het huis waar we vanmorgen onze eerste thee uitnodiging hadden. De man zit nog steeds buiten en als we stoppen om een praatje te maken komen er gelijk een aantal jonge vrouwen naar buiten. Even later zitten we binnen in een grote salon. 

Het is een heel groot huis met een grote overdekte binnenplaats. Ze houden wel van donker hier. In de grote salon hangt een soort van kroonluchter maar er is maar één lampje aanwezig. Het is best wel koud binnen. 

We mogen de stal bekijken, dat komt vaker voor, ze zijn trots op hun veestapel. Als de thee geserveerd wordt komen de andere vrouwen ook erbij zitten, gezellig hoor. Eén van de vrouwen geeft borstvoeding aan de baby waar wij bij zitten. Dit verbaast ons wel eens dat ze dit doen met vreemden erbij, maar ons stoort het totaal niet. 

Tegen half 5 zijn we terug op de camping. Wat hebben we een onwijs leuke dag gehad met leuke ontmoetingen met vriendelijke mensen. Dit kleurt onze dag.

We hebben het eergisteren bij Mahfoud nagevraagd, in het dorp Toundoute en directe omgeving is niemand ziek van de Corona en is ook niemand overleden door Corona. Zo ook in het dorp Tinzar, daar loopt iedereen zonder mondkapje rond. In Toundoute lopen de meeste mensen wel met mondkapjes, vooral als er markt is.

We hebben 26.6km gefietst, waarvan 610 hoogtemeters. Het hoogste punt was 2110m, het laagste 1490. We reden met een gemiddelde snelheid van 11.3km p/u. 

Als je met Komoot een route opneemt bedenkt het programma zelf erbij wat voor sport je gedaan hebt. Nu dacht Komoot dat we hadden hardgelopen. Tegen een berg op loop je niet zo hard hoor.

We hebben een filmpje gemaakt van deze leuke rit.


Terug naar 25 januari 2021
Terug naar ‘overzicht
Naar ‘coordinaten
Naar ‘reisroute

Verder naar 27 januari 2021