2021 Marokko 8 februari

Klik op een foto om het groter te bekijken. Daarna kun je via de pijltjes bladeren door de foto’s. Veel lees- en kijkplezier.

Als je het handig vindt, kun je je aan de rechterkant aanmelden voor de nieuwsbrief. Dan krijg je automatisch een mailtje als ik een nieuw reisverslag heb geplaatst.

Maandag 8 februari 2021: Agdz

Vanochtend doden we de tijd met internet, Co kijkt sport want we hebben hier geen tv. Ik bak intussen twee broodjes, daar waren we weer aan toe.

Om kwart voor twee zijn de broden klaar en kunnen we gaan fietsen. Het plan is door een oase te fietsen en daarna via dorpjes terug naar de camping.

We gaan vanaf de camping de weg op richting Zagora. Vlak voor het einde van deze tussenweg gaan we rechtsaf onverhard naar het eerste dorp.

We passeren een bedrijf waar groenten onder plastic tunnels wordt gekweekt. Bij de moskee staat een grote bak met drie kraantjes erboven. Op een van de kraantjes hangt een beker, voor de dorstige mens.

We steken de N9 over en komen bij de oase, waar we een tijdje doorheen rijden. De akkertjes zijn groen, er is alleen niet zoveel te beleven. Het is groeitijd en dan is er niemand aan het werk.

Dan horen we opeens klaterend water. Bij een pomphuis, die van een coöperatie is, stroom een behoorlijke hoeveelheid water naar buiten, dat via een natuurlijke levada verder stroomt, op weg naar de akkertjes.

Ik kijk op de telefoon in de Komoot app en breng wat tussenpunten in om naar de weg te rijden, we hebben het hier wel gezien. Als we bij de weg komen staat er een jongetje, hij steekt zijn hand uit. Rijdende voort geef ik hem een hand, ik krijg een handkus op mijn handschoen, een kleine charmeur.

We komen aan in Afella N’Dra, ons keerpunt. Beneden naast een gebouw zitten wat mensen buiten, met een klein kindje. Co loopt er naar toe en schudt handjes. 

Even later zitten we binnen in de salon en komt er thee op tafel, met brood, olijfolie en dadels. Idris, de zoon des huizes, spreekt Engels, dat is wel fijn.

Papa zit aan de telefoon en even later krijgt Co de telefoon in zijn handen gedrukt. Het is familie uit Agdz. De man werkt normaal gesproken in Marrakech in de toeristenbranche. Maar er is geen werk, dus is hij thuis. Hij spreekt goed Engels, zoals de meeste mensen die met toeristen werken.

Na een half uurtje stappen we weer op de fiets, of we toch niet willen blijven lunchen. Het is inmiddels half 4, dus lunchtijd is voor ons al voltooid verleden tijd. Maar evengoed shukran.

We rijden terug langs de dorpjes waar we eerder doorheen reden, en voorbij het punt waar we uit de oase kwamen wordt de route nieuw voor ons.

Als we bij een groepje kinderen stil staan komt er een jongetje aangelopen met een ‘hoepel’. Het is een fietsband en aan een stokje zit een plastic ‘bakje’. Hiermee houdt hij de fietsband in het gareel. Het is grappig om te zien. Hij doet voor ons speciaal een rondje.

Er is veel verval bij de lemen huizen, het is een triest gezicht. Als we bij Agdz aankomen komt er een auto naast ons rijden. In het Engels wordt gevraagd waar we vandaan komen. Uit Nederland. Ah, mijn vrouw is Nederlandse. Of we met hem mee willen om kennis te maken.

Nou, dat willen we wel hoor. Terwijl Co staat te praten met de man in de auto kijk ik naar 3 mannen die een stapel betonijzers in een vrachtwagen proberen te krijgen. Die ijzers zijn vaak in een ovale vorm gebogen. 

Eentje staat in de ronding, een tweede in het midden en de derde aan het uiteinde. Ze tillen het gevaarte op, wat zo te zien heel zwaar is. Ze lopen naar de vrachtwagen en moeten dan via een dunne plank naar de laadbak. Er klinkt een enorm lawaai als de boel uit hun handen valt.

Tegen de tijd dat we wegfietsen hebben ze het toch bijna voor elkaar.

We fietsen achter de auto aan naar het centrum van Adgz. Co zegt, als het maar niet iemand is die ons in zijn winkeltje wil hebben, een soort van propper zeg maar. Ik zeg, dan zijn we er gauw mee klaar en zo weer thuis.

Maar nee het is echt, op een terras zitten twee vrouwen, Manon en haar moeder, uit Nederland. We nemen plaats en maken kennis. Co praat intussen nog met de man, hij heeft dus toch een winkeltje. Hij verkoopt Berber kleding, en als we morgen eventueel tijd hebben mogen we wel langs komen. Dat zal niet gaan, morgen hebben we een andere afspraak. Echt waar hoor. Daarover morgen meer. Hij haakt al gauw af, bye bye.

Met Manon en haar moeder hebben we een genoeglijk half uurtje. Ze is hier voor de liefde, anders zou ze hier niet willen wonen, het is te traditioneel hier, vindt ze. Het is een echt mannen gebeuren, je ziet bijna geen vrouw op straat, die zijn binnen. Ze zijn inmiddels 5 jaar in Marokko.

Ze werken allebei voor een callcenter van een Belgisch bedrijf dat pinautomaten levert. Eigenlijk werkten ze in Casablanca maar vanwege de Covid werken ze nu vanuit huis. 

In Marokko heb je een 44-uren contract, dat zijn heel wat uurtjes werken. 1x Per maand reizen ze verplicht af naar Casablanca om hun neus te laten zien. Een dag heen en een dag terug, en dat is de komende twee dagen.

We nemen afscheid en fietsen terug naar de camping. Het was heerlijk weer om te fietsen. Er was wederom windkracht 4 voorspeld maar we hebben er weinig erg in gehad.

We hebben 29,5km gefietst, met 220 hoogtemeters. Het hoogste punt was op 1000m, het laagste op 920m. We reden met een gemiddelde snelheid van 14.7km/u.

We kwamen door de volgende dorpjes:
Rbat, Asslim, Zouia en Afella N’Dra

Uiteraard hebben we weer een filmpje gemaakt, je kunt het hier bekijken.


Terug naar 7 februari 2021
Terug naar ‘overzicht
Naar ‘coordinaten
Naar ‘reisroute

Verder naar 9 februari 2021